Onze eeredienst - pagina 340
HET AMEN.
336
tot
dood
onzen
toe
blijven,
werktuigelijks
veel
te
zelfs
in
onze
gebeden.
Toch
we daarom
laten
maar spreken
niet weg,
het
Amen Gods kinderen
het slot van onze gebeden het
aan
uit,
en
de
besten van
worstelen tegen de gebrekkigheid zelfs van hun heiligste zielsuitingen, zich op toe, niet om kunstmatig het doode Amen te maar om in zulk een stemming der ziel te verkeeren, dat er vanzelf meer gloed èn in hun gebeden èn in hun Amen kome. En zoo zij het ook met het Amen dat volgt op het einde der pre-
en
leggen
er
galvaniseeren,
aan toegevoegd, dat de bezieling van dit Amen Wat bij onze gebeden zoo vaak afbreuk doet hier zooveel lichter is. aan de geestelijke realiteit is ons vele bidden, vaak zevenmaal daags. En hiermede nu heeft de prediker bij het Amen der predicatie niet te dicatie
;
alleen
zij
Wat
licht
strijden.
er
een
vijftig
maal per week onze gebeden
besluit,
komt aan het einde der predicatie in den regel niet meer dan hoogstens drie
Hier
malen.
is
alzoo de
strijd
met onze menschelijke zwakheid
een veel minder bange, en het gaat den eisch van een gewone ziels-
om
malen ook leven in het ligt meer in het herhaald voorkomen van dat Amen in denzelfden Dienst, na elk gebed, na elke dankzegging, na benedictie enz. maar toch, ook al rekent men dat alles mede, toon en ernst is er wel terdege in te houden. Vooral zoo men overweegt, dat de prediker heel zijn dienstverheffing niet te boven,
slotwoord
te leggen.
die twee of drie
Het gevaar voor het werktuigelijke
;
werk van
voren indenkt,
te
neerschrijft,
en
formeel worden van dat
Voor de Gemeente kelijk,
dit
Amen
achter de predicatie keer op keer
het in zijn macht heeft, vooraf tegen het bloot
alzoo
is
Amen
te
waken.
het inleven in dit
Amen
zeker minder gemak-
vooral zoo de prediker het te onverwacht en
te snel uitspreekt.
wanneer hij aan zijn Amen toekomt, maar de Gemeente weet dit niet. Wel merken meer geoefende hoorders aan den gang der gedachten, dat de predicatie haar einde nadert, maar toch is nooit vooruit te zeggen, of er niet nog een laatste vermaan of een laatste triomfkreet volgen zal. En overvalt dit slot, komt het te plotseling, en wordt het Amen dan kort en snel uitgesproken, dan is het voor de Gemeente uiterst moeilijk, onder den diepen indruk van dat Amen met een eigen Amen der ziel te verkeeren. En dat te meer, omdat dit Amen nauwelijks over de lippen van den Prediker komt, of er pleegt zeker geruisch in de kerk te komen, dat aftrekt en ontspant. Ook wat dit punt aanbelangt, beelde men zich alzoo in het minst niet in, dat critiek op het gebruik ten deze aanstonds aanmerkelijke Zelf weet
hij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's