Onze eeredienst - pagina 469
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
zoo
keuze
die
te
te
gekeurd
maand
elke
;
het gebruik van het
Éénmaal
overdreef.
niet
stuiten,
zeldzaam
Avondmaal door de vermeerderen, maar, teneinde niet op teleurstelling dat
uit,
geloovigen zocht
men
465
in
het
men
dorst
jaar,
niet
aan
werd algemeen ;
te
en zoo vestigde
zich ongemerkt en vanzelf het gebruik, om viermaal tot zesmaal's jaars den Disch des Heeren voor de Gemeente aan te richten. Men achtte hierdoor te verkrijgen, dat het gebruik van het Avondmaal toenam, en
was toch op
zijn
het
viering
om
niet door het leegblijven van de tafel des doen verachten. Zoo was de wekelijksche zij gezet, en drie- a twee maandelijksche algemeen in zwang gekomen.
hoede,
Sacrament onder ons op
Heeren
viering al spoedig
vrij
te
Doch daarbij bleef men niet staan. Men meende goed te doen met de Gemeente aan dat vier- of zesmalige gebruik te wennen, en ze er meer den,
opzettelijk toe
men
dat
Avondmaals dat
men
op
te
leiden.
Er moest eenerzijds gewaakt wor-
het exceptioneel heilig karakter van het Sacrament des
oog
niet te zeer uit het
niet uit schuchterheid
maal door onbruik vervreemde.
verloor, en toch
ook anderzijds,
voor het Heilige, zich van het AvondDit gaf toen aanleiding tot de instel-
nog altoos stand hield, om namelijk de bediening van het H. Avondmaal, die te komen stond, tijdig aan de Gemeente aan kondigen, in een afzonderlijke beurt de Gemeente op het gebruik te van het H. Avondmaal voor te bereiden, en na afloop van de Bediening in een afzonderlijke dankzegging Gode den dank op te dragen voor het geestelijke genot dat gesmaakt was. Deze instelling verhoogde het plechtig karakter van de Bediening. Het gaf aan de Gemeente den die sinds
ling,
komen stond. Het richtte Gemeente de telkens weer de gewetensvraag, of men van den Disch des Heeren mocht wegblijven, of ook bij bezwaar indruk, tot
dat er iets bijzonders en heiligs te
ieder
lid
van
der conscientie, of
des Heeren toe
te
telkens
weer de
toe
lichten,
te
men wel de vrijmoedigheid had, om De Voorbereidingsdienst gaf
treden.
beduidenis
en de vraag
van te
het
tot
den Disch
aanleiding
om
Avondmaal voor de Gemeente
bespreken, wie wel, wie niet aan den
Disch des Heeren gewacht werd. Bij den één meer, bij den ander minder gaf dit aanleiding tot zelfonderzoek. Er zich overheen zetten, kon men niet, want over 2, 3 maanden keerde dezelfde vraag toch
En
evenmin
iemand zich aanstellen, als gingen deze want hem niet aan, althans in de eerste tijden was de herderlijke zorg, die over de Gemeente ging, zeer persoonlijk. In den aanvang, toen de pas zich vormende Gemeenten nog zeer klein waren, was het namelijk vaste gewoonte, dat de predikant, van
terug.
al
kon
heilige dingen
30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's