Onze eeredienst - pagina 365
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
zeer voorzichtig in zijn bestrijding van deze gewoonte.
361
Kon de onder-
dompeling ook nu nog met voeg, en zonder anderzijds schade aan te brengen, gevolgd worden, zoo ware de zinbeeldige uitdrukking van den Doop ongetwijfeld een veel volkomener. Besprenkeling met enkele druppelen water geeft nooit zoo machtigen indruk van de afwassching, als het geheel óndergaan in het waterbad. Intusschen zijn er drie omstandigheden geweest, die ten deze haar invloed hebben doen gelden en den Doop door onderdompeling in onbruik deden raken: 1. de wisseling van klimaat, 2. het opkomen van den kinderdoop, en 3. het deelnemen aan den Doop van de Gemeente. En het zijn metterdaad deze drie factoren, die de zaak hier uitwijzen.
Geheel het
het
Oosten,
terrein in
waarop
de Openbaring ons gegeven
matig warme luchtstreek.
In
die streken
is
is,
ligt
in
men aan
baden in de rivier gewoon. Niemand vond er dan ook in de dagen van Johannes iets vreemds in, dat zijn doopelingen in tegenwoordigheid van velen, half ontkleed in de rivier afdaalden, het hoofd onder water staken, en straks uit het stroombed weer op den oever stapten. In onze streken daarentegen laat het klimaat dit, enkele warme zomerdagen uitgezonderd, niet toe, hebben de landszeden zich alzoo op geheel andere wijze gevormd, en zou zulk een handeling in de open lucht en voor aller oog, noch uit een oogpunt van eerbaarheid voegzaam, noch uit gezondheidsoogpunt toelaatbaar worden geacht. En nu is het wel waar, dat men zulk een onderdompeling in de rivier vervangen kan door een onderdompeling in een badkuip van groote afmetingen, maar hiermede is het natuurlijk terrein reeds verlaten, en het kunstmatige betreden. Zoo schoon en ons gevoel toesprekend als een onderdompeling aan den oever der rivier is, zoo pijnlijk en gedwongen wordt de indruk, als men ons aan een badkamer doet denken. Reeds hierdoor valt het plechtige der handeling geheel weg, ze beantwoordt niet meer aan het sobere dat het heilige eischt, en men ontvangt meer den indruk van een vertooning die de nieuwsgierigheid wekt, dan van een zinbeeldige handeling die een hoogheerlijke geestelijke waarheid tot uitdrukking brengt. Erkend moet intusschen, dat ditzelfde niet in die mate geldt tegen de gewoonte der Grieksche kerk, om het jonge wicht dat ten doop wordt aangeboden, in een doopvont onder te dompelen. Zulk een klein wicht kan men geheel ontkleeden, zonder dat de voegzaamheid in het gedrang komt, en de afmetingen van zulk een kindeke zijn zoo klein, dat een wat grooter doopvont toereikend is om het te omvangen. het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's