Onze eeredienst - pagina 422
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
418
XCVIII.
De overgang van den
heiligen
Doop
tot het heilig
Avondmaal.
Onze beide Sacramenten hooren bijeen. Vandaar dat in den oudsten tijd van het opkomen der Christelijke Kerk, elke Jood of Heiden, die gedoopt was, ook mede aanzat aan den heiligen Disch. Onder gelijkheid van omstandigheden behoort die regel nog te gelden. Als ook nu nog een Jood, Heiden of Mohamedaan tot bekeering komt, op belijdenis gedoopt wordt, en nu het Sacrament des Avondmaals wil genieten, mag hij hiervan niet worden teruggehouden. Bij de Zending Wie, geboren onder den Islam of onder het Animisme, Buddhisme, Brahmanisme of Shintoisme, breekt met zijn verleden, tot Christus bekeerd wordt, belijdenis doet en op die belijdenis gedoopt wordt, hoort vanzelf tot het Avondmaal toegang te hebben. Wel is in sommige Zendingsstaties de gewoonte ingevoerd, om alvast iemand door den Doop te binden, dan hem nader te onderwijzen, en eerst geldt hetzelfde.
nadat dit onderwijs vrucht droeg,
maar
stellig is dit onzuiver.
Wie
hem
tot het
niet tot het
Avondmaal toe te laten, Avondmaal kon worden
ook geen recht op den Doop. De Doop is niet een alvast met de kerk in zeker verband te brengen. Zóó opgevat, zou hij ophouden een Sacrament te zijn. Als Sacrament aan een volwassene toch bediend, ligt er in de aanvaarding van de betoegelaten, heeft
lokmiddel,
om iemand
Doop
het
zegel des Verbonds mede, en staat derhalve de aldus bezegelde in de
Ge-
lijdenis,
de
belofte
van
de
te
doopen personen,
deelt de
meente op voet van gelijkheid met de overige leden. De moeilijkheid voor de Zending is maar, dat andere Kerken, wier Zending naast de onze staat, een andere grondbeschouwing van den Doop volgen,
doopen die zich aanmeldt, aan den Doop zelven wederbarende kracht toekennen, en op dien grond met het toedienen van den Doop grif en gul zijn. Door de Zending dezer kerken wordt dan ook aan ieder
om gedoopt te worden, zoodra dit opkomt, aanstonds wat aan dien Doop zal moeten voorafgaan, wordt niet zelden tot een uiterst klein minimum beperkt. Staat nu de Gereformeerde Zending hiertegen met haar eigen belijdenis van den Doop over, dan doet zich maar al te dikwijls het verschijnsel voor, dat wie eerst neiging vertoonde zich bij ons aan te sluiten, hoorende dat het bij andere Zending zooveel gemakkelijker en toeschietelijker gaat, zich al spoedig van ons afkeeren en bij die andere Zending den Doop zoeken. het
verlangen
voldaan,
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's