Onze eeredienst - pagina 63
k
HET GEZANG.
59
Heeft nu de ervaring sinds de Reformatie opgedaan niet klaarlijk bewezen, dat hierin milde wijsheid school ? Andere dan de Gereformeerde kerken hebben het vrije lied onbedwongen in het kerkgezang toegelaten, maar met welk gevolg ? o, Gewisselijk ook met het gevolg, dat tal van schoone, vrome zangen aan het dichterlijk hart ontweld zijn, en dat zoowel onder de Duitsch e als
onder de Engelsche geestelijke liederen pronkjuweelen van geeste dichtkunst voorkomen, die ook het Gereformeerde hart heilig
lijke
l
ij
aandoen, verkwikken, opheffen en vertroosten k unnen.
met dit andere treurige gevolg, dat, o, zooveel van het oude misbruik weer insloop. Bijna overal verdrong het vrije lied al spoedig zoogoed als alle Psalmgezang, en werden hoogstens in het liederenboek nog enkele Psalmen opgenomen, maar die men zeer zelden zingt. Tal van liederen slopen in en werden der Gemeente op de lippen gelegd, die van den grondtoon der Godzaligheid afweken Maar,
helaas,
ook
en óf gevaarlijke mystiek huldigden, óf verliepen
in
alsoortige ketterij.
Koren en beurtzangen werden ingevoerd. En die koren namen in tal van kerken al spoedig zoodanig de overhand, dat ten leste de Gemeente weer zoo ganschelijk of zoogoed als ganschelijk zweeg, zelfs het lied
vermaken liet door de nachtegalen die Daarbij werd de zang steeds kunstmatiger, nam het orgelspel almeer een dirigeerende plaats in, en werd het religieus effect geheel omgezet in een aesthetische levensuiting. Vreemdelingen van vromer zin, die Nederland berei sden, en bij onze godsdienstoefeningen binnenkwamen, hebbe n schrijver dezes dan ook meer dan eens verzekerd, ho e niets zoo plechtigen indruk op hen maakte, als het statige gemeentezang in onze kerken Ten onzent was het verloop van het vrije lied evenzoo. De bundel Evangelische Gezangen is niet alleen onwettig in gevoerd, maa r is boven dien gemaakt in een tijd van weinig dichterlijke ve rheffing en van verslap t niet
meelas,
en
zich
alleen
zongen onder het koorgewelf.
.
godsdienstig g evoel.
Dien bundel,
hetzij
als
poëzie, hetzij als religieuse
ook maar even met onzen Psalmbundel te willen vergelijken, is dan ook kinderspel. Verguld blik en echt goud kennen elkander niet. Bovendien deze bundel is een tijdbundel, en draagt geheel het ke nmerk van die soort krachtelooze, verwaterde, op het gevoel drijvend e uiting
religie,
die
hier
te
lande destijds
jen
to on a angaf.
Want wel
is
er
een enkel schoon lied onder, parelen onder glaskoralen vermengd, maar als bundel staat hij zoo weinig op de vereischte hoogte, dat men nu reeds
aanvulling
zocht,
en
het lied uit der reformatoren
voor die aanvulling teruggreep ook naar tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's