Onze eeredienst - pagina 497
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
403
gebed om genade een stuk uit de Schrift, waarin de toezegging van die genade van Godswege naar de Gemeente uitging; en op die voorlezing uit de Schrift, waarin God Zijn volk toespreekt, zou dan het lied der Gemeente moeten komen om die genade te aanvaarden en na dit lied de Geloofsbelijdenis der geloovigen Gode als aanvaarding van Zijn genade zijn op te dragen. Op die wijze zou de Gemeente in het heiligdom tot haar God komen, ze zou in Gods huis in haar schuld vernederd worden, in die vernedering zou haar God haar van genade spreken, die genade zou ze jubelend en dankend aanvaarden en dit in haar Geloofsbelijdenis betuigen, en zoo zou die toedie gemeenschap tusschen God en Zijn volk tot uiting zijn gekomen, die er moet zijn om het H. Avondmaal aan zijn doel te doen beantwoorden. Kort saamgevat, zou men dan deze volgorde krijgen: Ie. Opening van den Dienst door het Votum; 2e. een lied met bede om geheiligde aandacht 3e. legging op de Gemeente van de Wet, gevolgd door bede om schuldvergiffenis 4e. lezing uit de Schrift van een stuk, waarin God ons genade toezegt; 5e. Belijdenis des Geloofs, waarin de genade beleden wordt 6e. een lied van dank
nadering,
;
;
;
en jubel
;
en 7e. overgang tot de eigenlijke Bediening.
Dit alles niet
breed opgezette liederen, maar toch telkens van de Gemeente, opdat het niet zij een maar aldoor voorlezen en een maar aldoor luisteren, maar een handeling tusschen God en zijn volk, waaraan de Gemeente zelve welbewust deelneemt, om alzoo de ziel voor de ontvangst van het H. Avondmaal te stemmen. De Wet wordt heel iets anders, zoo er de Schuldbe-
met
lange
met
een
gebeden
op
lijdenis
en
levensuiting
De
volgt.
lezing der Schrift gaat spreken, als ze na die
de toezegging van vergiffenis en genade brengt. En de Geloofsbelijdenis met het gebed ontvangt een heel ander karakter, zoo ze op die toezegging van genade terugslaat. Kortom, er moet in
Schuldbelijdenis
dit
alles
actie,
er
moet leven
in
zijn,
de Gemeente moet de werking
moet Ze moet werkelijk de Gemeente inleiden in die hooge, heilige, dankbare stemming, die met een lied Hamaaloth ten Avondmaal doet opgaan. Men moet in wat voorafgaat niet bepreekt worden, maar in een geestesstemming worden ingeleid, die de ziel bereidt om haar Bruidegom in het Avondmaal te ontmoeten.
van
den
het
doel
Dienst
aan
bereiken
dat
het hart gevoelen, en geheel de inleiding
ze
beoogt.
en wil men, wat niet nog een overgang, dan zij er geen predicatie, ook geen preekje, maar een korte, bondige noodiging, om wel uit te spreken en wel te doen beseffen, dat niet de Voorganger hier de eigenlijke Eerst daarna kan dan het Formulier inzetten
noodig
is,
hier
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's