Onze eeredienst - pagina 518
DE BAN EN WEDEROPNEMING.
514
Staatswege
meer
zijn er altoos lieden die aanstonds gereed van zulke vraagstukken de eenheid der kerken in gevaar te brengen. Radicale wijzigingen in zulke oude acten en documenten komen dan ook alleen tot stand in tijden van heftige beroering der geesten, waaruit geheel nieuwe toestanden geboren
staan
om
worden,
bindt,
juist ter wille
zooals
Reformatie.
dit
Dan
ook hier
te
was
lande het geval
gaat alles onderstboven.
Dan
is
er
in de dagen der algemeen behoefte
En dan slaagt men er in den ook gemakkelijk in om een stel nieuwe documenten in te voeren, gelijk dit ook met onze Confessioneele en liturgische geschriften in de 16e en 17e eeuw het geval was. Het staat dan ook zeer te bezien, of er met name in zake de uitoefening van kerkelijke Tucht in afzienbaren tijd op wijziging van de beschikbare Formulieren eenig uitzicht bestaat. Vermoedelijk zal de vrije practijk ten deze nog lange weg moeten vinden. Al wat voorshands mogelijk is, jaren zelve den is dit, dat de zaak gedurig te berde kome, en wat begeerlijk voor de toekomst zou zijn, in het licht worde gesteld. Uit dit oogpunt nu de zaak bezien, schijnt het gewenscht, om bij de Tucht het noemen van namen in de volle vergadering der Gemeente te aan vaststelling van de nieuwe vormen. regel
mijden.
Men
zag hierin vroeger geen bezwaar, toen de leden der kerk
elkander, als waren het leden van eenzelfde familie, onderling kenden, maar sinds is er tegen dit noemen van namen steeds meer weerzin opgekomen. Het sterkst ziet men dit bij de Voorbede. Als er een kranke of geestelijk-aangevochtene is, die de Voorbede der Gemeente vraagt,
zou het
't
meest natuurlijk
de
Gemeente
Te
zeer
bidden
te
En waar
zijn,
had.
dat een voorganger uitsprak, voor wie
Maar
zelfs
dat
geraakte in onbruik.
dit tegenstaan van het noemen van namen Voorbede merken liet, spreekt het vanzelf, dat het verzet nog veel sterker moest zijn, waar sprake was van een lid der Gemeente, dat zich aan een ergerlijk stuk had schuldig gemaakt en onder Tucht was gekomen. Dan openlijk in de Kerk genoemd te worden, vooral zoo het een vrouw geldt, verbittert zoo licht. Doet men het nu wel bij personen van lager stand, maar waagt men het niet te doen bij personen van aanzien, dan wordt men in hooge mate onrechtvaardig. En zoo is dit noemen van namen bij Tuchtzaken zoo goed als geheel in onbruik geraakt. Dit nu gaat weer te ver. Vandaar dat we reeds wezen op wat in andere landen vaak plaats grijpt, t. w. dat een zeer enkele maal de naam wel wordt bekend gemaakt, maar op een publicatie, die bij den ingang der kerk voor een ieder ter lezing wordt opgehangen. Bij het binnentreden van de kerk kan een ieder dan
zich
zelfs
zelfs. bij
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's