Onze eeredienst - pagina 89
SCHOONHEIDSEISCH.
En verwerpen we
dien hoofde de stelling dat de kunst, opdat ze
uit
moet vinden,
het heiligdom
bloeie, haar plaats in
85
wij
dringen haar
uit
religieuse behoefte van de plaats der heiligheden terug, zoodra ze zich
op
vermeet
heilig erf te
gaan heerschen, en voor zich zelve een eere
zoekt, die in het bedehuis
Verachtelijk
Gode
alleen toekomt.
ons oog de prediker, die
in
is
zichzelven bedoelt en na gepre dikt
de
God opgeheven,
zielen tot
onderzoek
kant
alle
doet,
naam
boeide, en zijn
te
gezegend
predikatie
zijn
den Dienst des Woords
hebben, zich niet afvraa gt, of h y,
getroost, en
of
in
als prediker niet verhief
niet
heeft, maar naa| schoon was, nie^
.
Althans gewoonte werd, moest men afzettgn zonde ambtelijke indien ze na ernstig vermaan, deze van hun bediening Wie als prediker niet de eere van zijn God, niet bestrijden wilden. maar eigen eere zoekt, is een onheilige figuur op den kansel. Maar hoeveel te ernstiger dient dan niet getoornd, als de kunst, die geen ambtelijken dienst in het heilige heeft, zich vermeet om in Gods huis heerschappij te gaan voeren. Als ze de zielen van God af, naar zich lokt. En ten slotte zich niet ontziet, om ongewijde sujetten binnen te leiden, die voor geld en goede woorden hun kunst, en vaak hun onheilige kunst in Christus' kerk komen uitstallen, opdat de roep van hun naam om strijd uit opera én kerk weerklinke. De regel moet daarom stiptelijk gehandhaafd, dat de religie te bePredikers,
palen
wie
bij
heeft,
dit
.
hoever
in
de kunst wel, en
de vergadering der geloovigen dien regel
Die anders
van
kan
in
hoever de kunst niet
in
toegelaten, en de kerk heeft
bepalen naar den aard van het geestelijk leven.
te
aard
worden
zal
het
dan
doen,
aandoeningen
leven nu leert ons, dat de kunst niet
geestelijk
tweeërlei
aandoeningen zijn.
in
ons opwekken, en dat deze
Of wezenlijke aandoeningen
óf schijn-
aandoeningen.
De
tooneelspeler toont u het verschil tusschen beide duidelijk.
In
het
in
toorn,
En de
werkelijke
dan
in
jubel,
de
realiteit,
leven
ge een aangegrepen gemoed nu eens
zult
nu eens
innerlijke
liefde,
in
dan
in
haat zien uitbreken.
waarheid van zulk een gemoedsuiting
heeft altoos iets dat u boeit.
De tooneelspeler daarentegen boezemingen, en bootst die zelfs van de stem na, maar bij hem Ze
komen
bij
een oogenblik in
bracht,
hem in,
speelt
niet
uit
om goed het
best.
te
vertoont in
zijn
u
wel
gelijksoortige
ont-
houding, gesticulatie, blik en toon die aandoeningen niet werkelijk.
gemoed
op, maar hij werkt er zich kunnen spelen. Wie het daar het verst En sommigen slaagden hierin voor een het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's