Onze eeredienst - pagina 328
HOORDERS ALS OELOOVIGEN.
324
nieuwsgierige
zijn,
nieuwsgierigen, die,
om
gebouw
die
even inwipte
om
het Evangelie te hooren, en er achter te
het
te
zien.
Doch komen
wat de Christenen toch wel leeren, in onze kerken binnentreden, kent men zoo goed als niet meer. Dit is dan ook natuurlijk. Bij het op-
komen der
Christelijke religie
was
zij
iets
nieuws, dat
men
niet kende,
Thans daarentegen wordt de Christelijke religie voor een algemeen bekende zaak gehouden, en wie er meer van weten wil, behoeft naar geen kerk te gaan, maar en de drukpers deed toen nog geen dienst.
vindt in den boekhandel informatie te kust en
te
keur.
Vraagt men nu, of oudtijds de vergadering der geloovigen, door dit binnenkomen van het publiek, van karakter veranderde, zoo moet geantwoord, dat hiertegen gewaakt was, door aan het publiek van buitenaf een afzonderlijke plaats aan te wijzen. die geen Christenen waren,
zaten
of
stonden apart.
mengden
De man
vreemden waren, en vond van woord te richten. En nu is vreemden oudtijds auditores, sprak
men
Vreemden van buitenaf maar
zich niet onder de schare,
die sprak, zag dus aanstonds of er
zelf
gelegenheid,
om
tot
hen een apart men deze
het hoogst opmerkelijk, dat d.
i.
hoorders, noemde.
toe als „broeders en zusters", en alleen de
De Gemeente vreemden wer-
genoemd. Men ziet daaruit, hoe misplaatst het is, als een prediker de Gemeente zelve als „hoorders" of „mijne hoorders" Naar oud-kerkelijk gebruik, sluit hij ze zoodoende feitelijk toespreekt. buiten de Gemeente. Wie spreekt tot hoorders, plaatst zich tot hen uitsluitend in de verhouding, dat hij iets tot hen te zeggen heeft, en dat zij iets van hem hooren. En dit nu gaat goed, waar het vreemden geldt, maar het heeft geen zin, als de dienaar des Woords het woord voert tot de Gemeente, wier broeder hij is. Die Gemeente wordt geacht uit geloovigen te bestaan, natuurlijk met inbegrip van hun kinderen, en zonder eenige zekerheid, dat er geen hypocrieten onder zijn. Maar „geloovigen" is dan toch het karakter van degenen, voor wie hij optreedt. Hij spreekt niet tot de wereld, maar tot hen die van de wereld zijn afgescheiden en begrepen in het Verbond. Dat is de voorstelling, die ook onze vaderen steeds hebben gehandhaafd. Een Dienaar kan ook voor de wereld optreden, maar dat doet hij op andere plaatsen en tijden, gelijk Paulus op den Areopagus. Nu nog zendt de Gemeente dienaren uit in de Heidenwereld en onder de Mohammedanen. En we kunnen ons zeer goed voorstellen, dat de Gemeente ook thans nog in onze eigene steden zulk een propaganda-prediking organiseerde, desnoods op straat. De moeilijkheid is alleen, dat men thans onder het groot publiek niet met den hoorders
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's