Onze eeredienst - pagina 290
HET GEBED
286
IN
VERBAND MET DE PREDICATIE.
toen eenmaal het vrije gebed het formuliergebed toe leiden, om de belijdenis van zonde en de zelf van verving, bede om schuldvergeving uit te breiden, vandaar in geestelijke overwegingen te vervallen, en zoo ten slotte geheel het eigenlijke gebed, met het oog op de predicatie, te laten verdwijnen. Het komt nog wel voor, en in en enkele gemeenten zijn de gevallen lang niet zeldzaam, dat het lange gebed ten einde toe afgeloopen zijnde, de predicatie Dit
toch
moest,
er
voorwerp van de bede om zegen werd. Geheel tot het oude gebruik terug te keeren, en niet dan een zeer korte bede om zegen op de predicatie te doen, gaat thans niet meer. De ervaring heeft nu eenmaal geleerd, dat er behoefte bestaat, om iets meer in dat gebed te leggen. Toch mag daarom het hoofddoel niet uit het oog worden verloren. Het moet blijven een gebed vóór de predicatie. Wordt nu de Belijdenis van zonden, met de absolutie, teruggeschoven naar het eerste voorwerpelijke deel van den Dienst, dan spreekt het vanzelf, dat dit in het gebed vóór de predicatie niet moet herhaald zelve geen
worden. Bidden
en moet blijven, iets van
is,
God
begeeren.
Bidt
men dus
vóór de predicatie, dan moet er iets met opzicht tot die predicatie van God worden begeerd. En dit kan niet anders zijn, dan dat van de zijde van den Dienaar die predicatie wezenlijke opening, ontsluiting
Woord zij en voor wat de Gemeente aangaat, Woord aanneme en een vrucht des Woords voortbrenge.
en toepassing van het dat
ze
dat
;
Dit nu kan, en behoeft, geen lang gebed
te
zijn.
Maar heeft men nu den tekst van te voren aangegeven, zoodat de Gemeente weet, welk Woord Gods voor haar behandeld zal worden, dan kan dat er toe leiden, om biddend de Gemeente in den gedachtengang van dat bepaalde Woord in te leiden, de geheiligde stemming voor het
dat bepaalde Woord voor te bereiden, en alzoo den ernst en hoog belang van dat Woord voor het aangezichte Gods op het
hart te binden.
Aldus schijnt ons toe de verzoening te moeten zijn tusschen het zeer korte gebed onzer vaderen, en het breede gebed, waaraan we thans
gewend
zijn.
zoo
dat het gebed geen korte preek vooraf worde, door eindeloos rekken de aandacht afmatte, die vóór de predicatie juist opgewekt moet worden.
Alleen
en
vooral
niet
echter,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's