Pro rege - pagina 278
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
272
PRO REGE.
dat de worsteling tusschen Christus en satan vooraf over heel haar
breedte zal moeten zijn uitgestreden, tot eindelijk, in de
lengte
en
laatste
poging van wanhoop, de satan zich
zonde"
belichamen,
zal
daar er een macht hiervan,
dat
Hij
men de weder-
de verwachting, alsof
als terstond
kan,
niet
waarschuwt, op grond
aanstaande moest beschouwen. Wie
en voorgeeft, misleidt de gemeente.
zegt
nog
voorshands
dit
die dat tegenhoudt.
uitdrukkelijk tegen
komst des Heeren dat
is
en
den „mensch der
in
Eerst moet de afval
komen, en vooraf moet de mensch der zonde geopenbaard worden. Reeds toen tegen
tegen
macht, die
Maar de kan eerst
ongerechtigheid.
der
Er
Kerk
Christus
komen.
Er
is
een
is
inwerkt,
volle openbaring van die later
hij
de geloovigen aldaar
verwachting gewaarschuwd.
onjuiste
die
genheid
Thessalonica was, had
in
hij
Er
een verbor-
is
demonische
verborgen
om
haar
demonische macht
verderven.
te
toeft nog.
Die
een onweerstaanbare macht, die voor-
alsnog haar volle doorbreking tegenhoudt en onmogelijk maakt. Duidelijk Christus'
dat
alzoo,
blijkt
de
twee
meet
van
motieven
kerk naast elkander werkten. Eenerzijds het leven
af in in
het
onmiddelijkheidsbesef van Jezus' wederkomst, en anderzijds het klare inzicht, dat er nog, o, zooveel,
voorafgaan;
dat
er
Christus en satan
aan dien dag der dagen zou moeten
een historisch proces van worsteling tusschen
was ingetreden; en
dat eerst na volledigen afloop
van dat proces de jongste dag komen kon.
Voor wie
in
den
tijd
schijnt dit tegenstrijdig
door
de
;
en tijd
in
bij
en het alles naar tijdsruimte afmeet,
maar deze tegenstrijdigheid
tegenstelling van den
drukte die tegenstelling jaren zijn
leeft,
den Heere
uit in
als
tijd
is
vanzelf gegeven
en de eeuwigheid.
De
de beteekenende woorden
:
psalmist
„Duizend
één dag, en één dag als duizend jaren,"
de Openbaring, die Johannes op Pathmos ten deel
viel,
staan
en eeuwigheid evenzoo naast en tegenover elkander, als het van
den éénen kant heet: „Zie,
ik
kom
haastelijk", en als anderzijds het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's