Onze eeredienst - pagina 441
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
moet
hier de rekening uitgaan.
Betuigt Zijn
woord
437
ons, dat de kin-
dan laten we de verdere keur den Kenner der harten over, houden ons aan Zijn Woord aan en laten onze pasgeboren kinderen doopen. Maar in dienzelfden gedachtengang hoort het er dan ook bij, dat het gedoopte kind, zoodra het tot zelfbewustzijn ontwaakt, tot belijdenis kome, niet als proeve van geleerdheid, of van geestelijke verzekerdheid, maar als gevolg en uitvloeisel van zijn Doop, en tegelijk als overgang tot het Avondmaal. Niet in het laat doen, maar in het vroeg doen van zijn belijdenis ligt der
deren
geloovigen
zelf
heilig zijn,
voor de kerk de saambindende kracht. Doch juist hieruit volgt dan ook, dat het met het doen van belijdenis niet gedaan is, en dat er meer behoort te volgen; iets wat in de
lidmatencatechisatie
reeds ten deele tot zijn recht
alleen dat de lidmatencatechisatie een exceptie
wen,
door
zelden
blijft,
kwam.
Fout
is
meest door vrou-
mannen gevolgd wordt, en zoodoende toch weer massa moest worden prijsge-
het verkeerde denkbeeld voedt, alsof de
geven
en
slechts
van
een
klein
keurcorps
in
de kerk werk moest
worden gemaakt. Toch mag hieruit niet worden afgeleid, dat het dan nog maar beter is de jongelieden tot hun 18 e of 20 e jaar te houden. Gevolg hiervan toch is, vooral in de groote steden, dat men tot zijn 16e jaar vaak geen catechisatie bezoekt, en er dan eerst op het uiterste mee begint om twee jaren mee te maken, en in die twee jaar nog bijna alleen de wintermaanden, daar
men
in
de zomer- en lentemaanden
te
met schoolwerk of met beroepsbezigheden. Er zijn gevoorgekomen, dat de heele catechisatie op die manier tien weken inkromp en alzoo niets meer te beduiden tot Vooral onze catechiseermeesters weten er over te klagen. had. Iets waarbij dan nog een tweede, niet minder ernstig bezwaar komt, voor den jongen man en vrouw uit den hoogeren stand. Onder dien stand toch verbindt men het doen van belijdenis maar al te zeer met zeer bezet
is
genoeg tweemaal
vallen
in de wereld. Wie nog geen belijdenis heeft gedaan, mee uitgenoodigd op groote partijen. Wie daarentegen belijdenis deed, wordt dan door de moeder in de wereld gepresenteerd, en gaat wat men noemt uit. En dan komt het helaas maar al te dikwijls voor, dat het verlangen om in de wereld op te treden, het
het
optreden
wordt
niet
doen van belijdenis slechts het middel wordt gewenschten toestand te geraken. Men bindt zich dan
hart inneemt en dat het
om wel
tot
dien
in,
stelt
zich
eenige
weken lang vroom
gaat ten Avondmaal, maar als dit alles
gaan
in
de
groote wereld begint, heeft
aan, doet belijdenis en
achter den rug
men
is,
en het uit-
toch eerst zijn eigenlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's