Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 541

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 541

2 minuten leestijd

DE BEVESTIGING

Uw

ja

harte,

zij ja,

of

IN

HET AMBT.

537

wel antwoord

maar volg

dit

laatste

in versterkten vorm: Ja ik, van ganscher gebruik dan ook overal, waar plechtige

verbintenis door belofte of verklaring gevraagd wordt.

Zooals het er

nu staat, heeft het eenigszins den schijn, alsof de belofte en verklaring van de Dienaren gewichtiger geacht wordt dan die van de Ouderlingen, en dit had moeten gemeden zijn. Op het: Ja ik, van ganscher harte, volgt dan de handoplegging, bij een die nog proponent was; een kort woord van bevestiging, om eigen toespraak af te snijden, gelijk dit ook de bedoeling is van het woord van vermaan tot de Dienaren en de Gemeente; en ten slotte loopt heel de handeling uit op dankzegging en gebed een gebed dat ook ;

hier uitloopt in het

Onze Vader.

CXXVI. De Bevestiging In het

in

het

Ambt.

(Vervolg).

Formulier van de Bevestiging van de Ouderlingen

is

hetgeen

op de Diakenen slaat, wel ingeschoven, omdat gemeenlijk Ouderlingen en Diakenen saam bevestigd worden, maar toch toont heel het Formulier, zoo men die invoegselen er uit sluit, dat het alleen met het oog op de Ouderlingen is opgesteld. Het moeilijke punt in dat Formulier was, aan het Ouderlingschap zulk een positie in de organisatie der Gemeente te geven, dat het een ambt met eere bleef, en toch scherp te waken, dat het van het ambt des Dienaren voelbaar onderscheiden werd en in vergelijking met het ambt der Dienaren, een lagere plaats innam. Gemakkelijk was dit niet. De Schrift toch sprak van Opzieners en Ouderlingen ook wel in onderscheidenden zin, zoodat Leeraars en Ouderlingen twee zijn, maar toch valt evenmin te ontkennen, dat beide ambten op andere plaatsen in de Schrift geheel ineen vloeien. De tijd heeft beide scherp gescheiden, maar die scheiding is meer historisch dan theoretisch tot stand gekomen. Een bepaald bevel des Heeren, om in elke Gemeente ten eerste Leeraren, dan Ouderlingen en voorts Diakenen aan te stellen, bezitten we niet. De Apostelen waren eerst alles saam, en hadden ook de zorg voor de armen op zich genomen. Bij het eerste opkomen van het ambt was de stengel één, en eerst van lieverlede heeft die zich gesplitst in drieën. Dit nu maakt dat de naam Ouderling in het N. Testament geen vaste beteekenis heeft en zoowel den Leeraar als wat we nu Ouderling noebijzonderlijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 541

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's