Onze eeredienst - pagina 163
KERKELIJKE BEDIENDEN.
En
alle
overige diensten
bij
159
de vergadering der geloovigen moeten
óf door leden van den kerkeraad, óf door kerkvoogden, óf door broeders,
daartoe
men een
Op
aangezocht,
uit
liefde
bediend
worden,
zelfs al
heeft
toren met een klok, en dus een klokluider noodig.
komen we later we bepalen ons nu
het bespreken van den wat men onder het oude régime bepaaldelijk kerkelijke bedienden noemde, en dan houden we vast aan den gestelden regel Voor diensten op Zondag bewezen, en die iemand niet in zijn gewone beroep beperken of hinderen, mag door geen kerk geld worden vergoed. Iets wat nu natuurlijk niet zeggen wil, dat men plotseling overal, ook waar dusver andere regelen golden, zijn geld moet inhouden, maar wat beduidt, dat men allerwegen bij nieuwe regeling of nieuwe aanstelling bedacht moet zijn op een overgang uit het verkeerde in
Dienst
het
collecteeren
zelvcn terug,
bij
tot
:
:
het eenig goede stelsel.
Voortaan velen,
alles
anders
te
willen
maken dan
het
is,
is
niet wijs, en
die thans inzien, dat er in velerlei opzicht vroeger niet uit het
zouden zich verstandiger aanstellen zoo ze geduld wisten te oefenen, dan door met zekeren wilden drang alles plotseling anders te willen maken dan het is. Alleen waar van het verkeerde een beginsel wordt gemaakt, moet onverbiddelijk weerstand geboden. Maar voor het overige is het altoos plicht, aangegane verbintenissen stipt te houden, en den vorm der overgangen zacht glooiend en niet oploopend steil te nemen. Ook moet de Gemeente van deze dingen onderricht worden. De veel hoogere eer van vrijwilligen dienst moet haar op het hart worden gebonden. Ze moest willig opkomen om vrij te dienen, niet als uit dwang, maar uit lust des harten. Bovenal, men moet de regeling goed en verstandig aanleggen. De kerkeraad moet de regeling niet op zijn beloop laten, maar nauwkeurig aanwijzen, wat bij den Dienst de broederen ouderlingen te doen hebben, met name wie bij voorkomend ongeval met gezag en regelend heeft op te treden. De predikant op den kansel kan er niet bij. Er moeten anderen zijn, die hindernissen wegnemen, of ongelegenheden afweren. En ook, om deze vrijwilligen dienst goed te laten loopen, moet men er niet te weinig broederen voor nemen. Zoo enkelen dit alles doen moeten, zijn ze aldoor in touw, en gaat voor hen veel van het beginsel geleefd
is,
stichtelijke verloren.
Meer dan voor één
dienst op een
Zondag moest niemand inge spannen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's