Onze eeredienst - pagina 470
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
466
een
ouderlingen
zijner
meenteleden of
vóór
vergezelschapt,
om
opzocht,
om
vernemen welke bedenkingen ze hadden
te
Avondmaal de Ge-
elk
ze tot den Disch des Heeren te noodigen, toetetreden.
Toen
de Gemeenten zich uitbreidden en hierdoor te talrijk werden, bepaalde men zich tot zulk huisbezoek éénmaal per jaar, en al sleet ook dit allengs,
met name
gezegd,
dat
groote steden, geheel
in
toch kan ook nu nog
uit,
de overgroote meerderheid der kleine Gemeenten het
in
huisbezoek, voor het besef' der leden, met de noodiging ten H. Avond-
maal
verband
in
Het
staat.
gevaar,
dat,
na het wegvallen van het
gemeen zou gemaakt worden, werd op die De vier- of zesmalen dat het Avondmaal stond wijze afgesneden. bediend te worden, was altoos een gebeurtenis in de Gemeente, die Sacrament
Mis-offer, het
te
ieders aandacht trok, en voor ieder persoonlijk de vraag stelde, of
het alles
jaar
genieten
heilige
zou of voor zich zou laten voorbijgaan.
En
hij
dit
saam gaf den indruk, alsof de Christus aldus vier- of zesmalen per op bizondere wijze zijn Gemeente bezocht, om haar door het
Sacrament te sterken, te heiligen en te inniger aan zich te verbinden. Het alleen met Paschen communiceeren, waarin altoos zekere onderschatting van het Sacrament doorschemerde, werd op die wijs voorkomen, en toch de bediening zelve van het Sacrament zóó heilig gehouden, dat voor gemeenwording ervan geen vrees behoefde te bestaan. Hiermede echter was de inrichting, die voor de bediening van het H. Avondmaal in het kerkgebouw moest worden getroffen, dan ook vrijwel
Men
bepaald.
richt zijn
kerkgebouw
wekelijkschen dienst, niet naar gelang van
maal per jaar
zal plaats grijpen.
Daar nu
Woords
iets
in
in
met het oog op den
dat slechts vier- of zes-
den gewonen wekelijkschen
en de dienst der gebeden zou
dienst
wel
plaats
hebben, maar niet het H. Avondmaal zou worden bediend, lag
het
in
de
den
gebruikte
prediking des
aard
als
der
voor
zaak, dat
men de
plaatsruimte in de kerk zóó
de hoorders het meest geschikt was.
De
kansel
moest dus het middenpunt zijn, en om dien kansel als centrum moesten de rijen banken of stoelen zich schikken, waarop de hoorders zouden
nemen. Zoo kon dus bij de gewone inrichting van het gebouw met het Avondmaal gerekend worden. Was men nu in de dagen der Hervorming genoodzaakt geweest om overal nieuwe kerkgebouwen te stichten, zoo zou ongetwijfeld de vraag aan de orde zijn gekomen, hoe in het kerkgebouw alles zoo te ordenen ware, dat ook hetgeen het Sacrament eischte, tot zijn recht kwam. Doch zoo stonden de
plaats niet
zaken
niet.
gebouwen,
Enkele groote steden uitgezonderd,
maar bouwde
niet
dan
bij
hooge
nam men de bestaande uitzondering nieuwe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's