Onze eeredienst - pagina 355
DE KERKELIJKE PLECHTIGHEDEN.
351
met name in dorpskerken, nog soms gezongeu met allen goeden regel voor stem en maat op voet van onvrede staat, en dat toch het gezang sticht en de ziel meeneemt. Hiermede is allerminst gezegd, dat bij predicatie, gebed en gezang de zinlijke kant onverschillig is; maar hij blijft bijzaak. Al het zinlijke kan niet betwist, dat
wordt op een
blijft
er,
wijs, die
Een
hier ondergeschikt en dient de geestesuiting, die heerscht.
prediker met de netste vormen, en met de welluidendste stem verveelt ten slotte toch, zoo zijn predicatie hol en leeg
gebed
roert niet,
zoo het niet opkomt
En een melodieus en zuiver zingen zoo er geen toon Staat nu de
in
tijd,
uit
een
laat het
Een vormelijk schoon
is.
ziel
die voor
God
staat.
godsdienstig gemoed koud,
weerklinkt, die opstijgt uit de diepte van het hart.
waarin men
leeft,
geestelijk hoog,
dan
is
men met
dat geestelijk element tevreden, en vraagt niet naar meer, vooral niet,
zoolang de vergadering der geloovigen klein
in
aantal
blijft,
door meer een gezellig huislijk karakter draagt. Zoo was het in de dagen der apostelen, en zoo was
op zekeren afstand, evenzoo Reformatie der 16e eeuw.
ook
Lees
en
herlees
de
in
apostolische
en daar-
het,
zij
het
de eerste tientallen jaren van de brieven,
en
voeg
er
bij
wat de
Handelingen u van het leven der pas opkomende kerken verhalen, en niets, niets hoegenaamd, buiten deze uiting des geestes. Men nog geen gebouw, er is geen sprake van gewaden, er zijn geen vaste vormen, er ontbreekt alle [vastgestelde liturgische handeling, ge leest van geen muziek-instrument. Alles gaat vrij en ongedwongen toe, en alle kracht en alle actie trekt zich saam op predicatie, gebed en gezang. Van iets anders leest ge niet. Deze eenvoudige trilogie vormt het één en al. En al was er doop, en al brak men saSm het brood, en al had er oplegging der handen bij de installatie plaats, nergens ziet ge nog dat een en ander een vasten vorm aanneemt. De verkondiging van het evangelie staat op den voorgrond, en daarnaar schikt al het andere zich als vanzelf en ongedwongen.
ge vindt heeft
En
niet
anders was het
in
de eerste tijden der Reformatie.
Bij
de
Hagepreeken kon op geen vorm gelet worden. Een bezield prediker hebben was het één en al. Waar die te hooren was, stroomde de
te
ter poorte uit. En onder zijn gehoor en zijn leiding luisterde men, en bad men, en zong men, en straks ging men getroost, bemoe-
menigte
digd en gesterkt huiswaarts.
Maar,
gelijk
wel
vanzelf spreekt, dit kon geen stand houden.
tweeërlei oorzaak niet. stige
Vooreerst
stemming zich nooit op
niet,
Uit
omdat een opgewekte godsdien-
die hoogte staande houdt, en ten anderen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's