Onze eeredienst - pagina 430
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
426
om de Kerk in twee deelen massa der gedoopten, maar met bekeerden, die niet meetelden, en daartegenover een kleine kring van opgewekten en bekeerden, die zichzelven als de heiligen van de massa almeer afzonderden. Juist hierdoor echter ging de overgang van den Doop tot het Avondmaal al meer te loor. Ook bekeerden bleven, uit voorzichtigheid, van het Avondmaal vaak weg, en dit niet zelden doordien de Dienaar, die het bediende, h. i. zelf nog een onbekeerde was. De gewoonte om tot het Avondmaal op te gaan, raakte in opgevoed
en gebleven, leidde
splitsen
te
breeden
:
dit er toe
eenerzijds de breede
almeer
kring
in
En
onbruik.
het
eind
was, dat de
Doop
meer meetelde en dat het Avondmaal eer gemeden dan gezocht werd. Zoodat in het eind geheel het Sacrament zijn beteenauwelijks
kenis en waardij verloor.
C.
De overgang van den
heiligen
Doop
tot het heilig
Avondmaal.
(Vervolg).
Er was nog slechts een eeuw na de nationale Synode van Dordrecht verloopen,
een
de
toen
geestelijke
innerlijke
reactie
in
leugen die elke volkskerk uiteenrafelt,
had geroepen. Werumeus van 't hedendaagsche Christen-
leven
het
Zuidlaren, in zijn „Het bescheiden deel van
dom",
spreekt het onverholen
uit,
dat het grooter deel der kerkleden
van het waarachtig geloof vervreemd lijke schijngeloovigen". Dezen, zegt de
Godloozen".
„openbaarlijke
naam-
is,
Neen,
of schijngeloovigen, verstaat hij
maatschappij,
die
zelfs
kerksch
is,
hij noemt dezen „burgermoet ge niet verwarren met onder de „burgerlijke mond-,
en
hij,
de brave, fatsoenlijke klasse der
en den godsdienst op
hij,
noch de gierigaards dezen toch staat 't
vast, dat ze het Koninkrijk
erven.
Met
zijn
niet
noch
de dronkaards, noch de lasteraars".
Gods
voorts
„zekere
Van
niet zullen be-
„schijngeloovigen" daarentegen bedoelt
op een burgerlijk onberispelijk gedrag nauwgezet
die
prijs stelt.
„de hoereerders, noch de afgodendienaars,
Hiertoe hooren, zegt
hij
dezulken,
prijs stellen,
en
uitwendige godsdienstigheid voor de ware Goddelijk-
houden". Hij spreekt het uit, dat hij op het oog heeft die duizenden en duizenden, die „wel waarlijk in God gelooven, bekennen dat ze zondige menschen zijn, gelooven dat Jezus voor hen gestorven heid
is,
en op
Hem
betrouwen, hopen op Gods ontferming, een goed hart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's