Onze eeredienst - pagina 257
GEEN BIECHT.
253
dan ook de blijdschap des geloofs verloren hebben, bekommerd blijven hun dood toe, en nooit de zaligheid kennen van als uitverkorenen
tot
Gods
onderpand des Geestes te bezitten. Deze toestand nu werkt uiterst verderfelijk op het leven der gemeente. Er is toch geen quaestie van of die eersten, die slordig in hun zondeleven zijn, hebben de eenig ware belijdenis. En evenmin is er quaestie van, of zij die de ware belijdenis van het Evangelie niet aandurven, zijn vaak nauwgezetter in hun leven voor God. Het Evangelie toch is niet, dat er misschien voor elke zonde vergeving te verwerven is, maar de blijde boodschap, dat al uw zonden u vergeven zijn. Wie nog tobt over zijn zonden, heeft dus nog nimmer het volle rijke Evangelie aangenomen. En dan alleen is dat Evangelie in zijn volheid aanvaard, zoo er een jubel uit het hart opgaat, dat al de last der zonden ons, op eenmaal en voor eeuwig van het hart is gegleden. „Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven, die van de straf voor eeuwig is ontheven". „Zoo is er dan geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn." Het Evangelie bestaat hierin, dat de vergeving van onze zonden en de verzoening van onze personen een op eenmaal voor eeuwig afgedane zaak is. „Wie uit God geboren is zondigt niet, en hij kan niet meer zondigen, want het zaad Gods blijft in hem". De slordige Christen die dit onverzwakt belijdt, heeft alzoo de ware belijdenis. En omgekeerd, de conscientieuse Christen die met zijn zonden tobben blijft, mist de ware belijdenis, maar bewaart vaak beter den zedelijken levensernst. Gevolg waarvan is, dat de ware belijdenis gesmaad wordt, en dat sommigen van deze vaste belijders zelfs in antinomianisme overslaan. Hun zonden zijn hun zonden niet meer. Dat is de oude Adam, die hun niet meer aangaat. En waakt dan in de gemeente de verontwaardiging tegen zulk spotten met het heilige op, en gaat men er toe over om de ware Christenen veeleer te zoeken in de bekommerden, dan wordt zeer zeker het zedehet
lijk peil verhoogd, maar, en dit volgt er rechtstreeks uit, dan zinkt ook de beteekenis der ware belijdenis. Het volle Evangelie boet zijn vertroostende werking in. En men raakt weer op den weg der werk-
heiligheden.
En
om
dit
derde richting
kwaad van beide kanten in
dig naast elkander plaatst, d. w. belijdt
en
te
stuiten,
komt
er
dan een
de gemeente op, die beide uitnemendheden eenvouz.
die eenerzijds het volle Evangelie
daarin roemt, en anderzijds op heiligen wandel en teeder-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's