Onze eeredienst - pagina 464
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
460
gelegd, t.w. dat aan het karakter van een maaltijd wordt vastgehouden,
en
ten
andere
dat
het
karakter
Noch
wordt verloochend.
worden
prijsgegeven.
Op
gelegd.
Zelfs naar de
lijn
het mysterie van het H.
Geen
het
van het Sacrament geen oogenblik noch het andere element mag
ééne,
beide
moet steeds
van Zwingli mogen
Avondmaal
volle
we
nadruk worden
Wie
niet afwijken.
loslaat, verliest het
Sacrament.
maar de Avondmaalsof/sc/z, waaraan allen aanzitten geen offer, dat gebracht, maar het geloof aan het offer van Golgotha, dat beleden wordt en evenzoo geen priester, die tusschen God en mensch staat, maar een drager van het ambt, die in naam van onzen Koning het de teekenen van 't Nachtmaal uitdeelt. Tot op zekere hoogte sprak hierin een democratische ordinantie van het Sacrament en mits men het woord democratisch slechts niet in verkeerden zin verstaat, is dit ook volkomen juist. Onder Israël was altaar,
;
;
;
dit niet zoo.
tisch,
de
De
heilige ordinantie
onder
en ten slotte zelfs monarchaal.
Priesters, er
Israël
was
streng aristocra-
Er waren de Levieten, er waren
was de Hoogepriester; een
organisatie die
men
bijna
overal in den Eeredienst onder de volken terugvindt, en waarop, gelijk
we
herinnerden,
zondering maakt.
ook
Mohamedaansche religie een uitDoor onze vaderen is deze trek van gelijkheid dan
eigenlijk alleen de
wel gevoeld, en het sprak zich ten deele zelfs uit in het Turksch dan Paapsch" terwijl het stellig een verzuim is, dat men bij de Zending onder de Mohamedaansche bevolking in den Archipel zoo bijna nooit op dezen trek van overeenkomst gelet of gezinspeeld heeft. Van Jezus omgang met zijn jongeren, die toch zijn apostelen zouden worden, ontvangt men bij het lezen in de Evangeliën nimmer een anderen indruk, dan dat allen die in Hem gelooven, op voet van gelijkheid staan. Hij aller Meester, maar dan ook Hij alleen, Opzettelijk zelfs verbood en alle overigen onder Hem één in rang. zeer
„liever
Christus zijn jongeren om zich als Rabbi te laten betitelen, iets wat destijds onder de Joden bij de stichting van nieuwe scholen steeds gewoonte was. Het lag daarom voor de hand, dat ook de discipelen van Johannes den Dooper en anderen die zich bij den kring van Jezus aansloten, de twaalven als hun meerderen eeren en als Rabbi betitelen zouden. Maar juist dit wil Jezus niet. Ze mogen zich zoo niet laten noemen. En uitdrukkelijk al zulk misbruik verbiedende, sprak Jezus gij zijt allen broeders. Gelijk het met zoovele woorden voor hen uit broeders vormt ge saam één geestelijk gezin. De broeders in dit geestelijk En slechts één staat boven allen, en die gezin zijn één in rang en orde. eene is de Heere. Alle rangstrijd wordt door Jezus dan ook keer op keer in zijn
de
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's