Onze eeredienst - pagina 260
GEEN BIECHT.
256
Deze
ruwe
onfijne,
practijk in het geestelijke vindt
dan ook buiten
dezen kring gelukkig geen navolging. biecht
Alle
moet,
zal
ze
individueel
en
persoonlijk
zijn,
privaat
binnenkamer zoeken. En voorzoover ze een publiek karakter zal dragen, kan en mag ze niet dan algemeen zijn. Bij publieke biecht moet niemand op den broeder als den schuldige zien, maar in de allereerste plaats al zijn aandacht op zichzelven als de hoofdschuldige saamtrekken. Anders veruitwendigt de biecht het schuldbesef en richt zich op de takken. Zoo alleen wordt ze verinwendigd en gericht op den wortel der zonde in het hart. Dienovereenkomstig nu blijft het voor onzen eeredienst eisch, dat 1 een korte aanmaning om zijne zonden te gedener plaats hebbe 2 ken een gemeenschappelijke belijdenis van schuld, liefst in metrischen vorm gezongen en 3 openlijke aankondiging van vergiffenis voor wie oprecht beleed, gepaard met aankondiging van oordeel voor wie zich in zijn zonde verhardt. Een publieke actie in drie deelen, die de private, dagelijksche biecht voor God, en ook de private biecht bij ontroering der consciƫntie aan een vertrouwden vriend des harten, niet uitsluit, maar onderstelt, en niet te niet doet, maart weert uit den publieken dienst. Slechts zij hier nog aan toegevoegd, dat geheel deze actie in den publieken eeredienst van den Bedienaar des Woords hooge blijven en haar terrein in de
:
;
;
wijding vergt.
Elk machinaal verrichten van deze actie veroordeelt zichzelf en een
Bedienaar
des
Woords
die niet zelf waarachtiglijk medebelijdt,
het uitlokken van anderer oprechte belijdenis
Eisch
en
is
stem,
hier
kalmte,
rust
in
de
klaarheid
en
bewegingen,
is
tot
onbekwaam. gedemptheid van toon
toch
pauze
tusschen
de
deelen
der actie. Niet gemaaktheid of theatrale vertooning. niet
op den kansel
thuis.
Maar wel
het zelf geroerd zijn in het gemoed.
drongen
Die hoort op de planken,
het plechtige, het diep-ernstige,
En
niet het minst het diep door-
van het heilige der taak, om, zelf zondaar, alzoo mede-zondaren, en tot mede-verzoenden te mogen spreken. Dit
zijn
tot
dit stemt tot het heilige, dit ontsluit de gemeenschap eeuwige wereld die bij God is, en met het Heiligdom daarwaarin Christus als onze Hoogepriester leeft om voor ons te
wijdt,
met die boven, bidden.
Een Dienaar des Woords die recht verstaat wat geestelijke kracht hand gelegd is, zal vanzelf in die stemming en onder dien
hier in zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's