Onze eeredienst - pagina 206
GODS TEGENWOORDIGHEID.
202
Maar het
feit
we
niet, deze conclusie derwijs scherp te trekken, solo-zanger ongemerkt en vrij sterk onduldbare dat die
aarzelen
al
blijft,
weer de grootsche gedachte tot het besef der Gemeente heeft gebracht, dat bij den Eeredienst niet alleen wij tot God, maar ook God tot ons heeft, en eerst daardoor komt er weer recht verstand én te spreken de praelectuur der Schrift, én
in
in
de Benedictie.
XLV.
Gods Tegenwoordigheid. Sankeys optreden, dat op zichzelf in geen enkel opzicht een kerkelijk karakter droeg, heeft alzoo, met de artistieke neiging van onzen alleen tot
bond, het besef weer verlevendigd, dat in onze Diensten niet
in
tijd
de
God
van God, en de Gemeente in gebed en lied maar dat allereerst God in dien dienst spreekt tot
prediker
spreekt,
zijn volk.
De
aanvang wordt daardoor weer verstaan. Ze is niet een vorm om den dienst in te leiden. Ze is niet een herinnering aan de genade Gods. Ze is niet een bede om Gods zegen. Neen, ze is een verklaring van Gods zijde, dat Hij in vrede en genade tot zijn volk komt. De heilige groetenisse van den Almachtigen God aan zijn verzamelde Gemeente. De Dienaar is bij het uitspreken van de benedictie niets dan de mond des Heeren, zijn tolk en instrument, en het is in den Naam des Heeren, dat hij deze groetenisse des Heeren tot zijn volk brengt. Ware dit steeds ingezien, bedacht en gevoeld, zoo zou die zegenende begroeting bij den aanvang van den Dienst, terstond na het votum, aan een behoefte hebben voldaan, en alzoo nimmer als een ledige phrase over de hoofden zijn heengegleden. De Dienaar zou die begroeting altoos zoo plechtig, en met zulk een nadruk, en op zulk een toon hebben uitgesproken, dat een ieder de hooge beteekenis er van gevoeld had. En de uitwerking er van zou geweest zijn, dat metterdaad een ieder der aanwezigen had ontwaard, hoe alsnu God in zijn Majesteit in het midden der Gemeente was verschenen, en het Vrede zij u f over zijn volk had doen uitspreken. Dat dit uitsleet, en de benedictie zoo vaak in het stamelen van een formule verliep, om nu voorts naar de eigenlijke zaak, d.i. naar de benedictie
in
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's