Pro rege - pagina 319
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
GEEN VERGEESTELIJKING. wereldsche opvatting van
Koninkrijk, volstandig en gedurig op
zijn
En
karakter van zijn Koningschap wijzen.
geestelijk
het
313
het
nu
is
door die herhaalde en sterke verklaringen van Jezus, dat men zich verleiden
en het
lijken,
om
liet,
in
eind
't
Koningschap geheel
zijn
feitelijk,
ware die enkel overdrachtelijk bedoeld, geheel
Hiertoe
echter
men
miste
ndidixn
Koning d\s
te vernietigen.
eenenmale elk
ten
enkele betuiging van Jezus:
hemel
vergeeste-
door een opvatting van den
te
„Mij
gegeven
is
recht.
macht
alle
was
tweeërlei:
wereld,
het
oogmerk van Gods genadewerk was, en
elke voorstelling alsof Israël, en niet de
1.
Koningschap een Koningschap zou onder de volken de volken
uit
Wat
de gegeven omstandigheden bestraffen
in
moest,
was
den
in
op aarde," werpt geheel deze opvatting omver.
en
Jezus bestreden heeft, en
dat
Reeds de
openbaring
te
zijn,
gelijk
zijn,
2". alsof zijn
aan het Keizerschap
bestond, rustend op uitwendig geweld.
om
volk verkoren,
als
wat komen zou
af
te
Israël
drager der Goddelijke
schaduwen en voor
te
bereiden, en uit zich den Messias te zien geboren worden. Het
was
maar
tot
door deze uitverkiezing geroepen
God was God
dienst.
heid.
Hij
haar
zijn
heerschappij,
maar de wereld alzoo
niet Israël,
Zoon gegeven
Barbaar,
of
tot
over heel de wereld en voor heel de mensch-
eeniggeboren
Griek
Jood,
zou
had
niet
die
in
Hem
heeft,
gehad, dat Hij
lief
opdat
een
iegelijk.
geloofde, het eeuwige leven
Het ware ondenkbaar en onmogelijk geweest, dat de
hebben.
Almachtige God, Wiens heel de aarde, heel de wereld, en heel het menschelijk
geslacht
is,
in
zijn
onbeduidende volk der Joden
genadewerk kon
niet
bij
God
geroepen
in
de
te
oog zou hebben geslagen.
mensch was. En
plaats
was om aan
voorbereidend
zijn
kleine,
Zijn
anders dan heel de wereld bedoelen, en zich
uitstrekken naar al wat het
genadewerk alleen op het
van
heel
bedienen.
de
Dat
heel
de wereld
wereld het
Israëls eere
het heil
trad,
was
niet,
dat
maar dat
het
afschaduwend en
daarom toch
in
het eind der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's