Onze eeredienst - pagina 456
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
452
bedeeld,
die
hij
noodzakelijkerwijs
alleen
op die wijze
ontvangen kan.
Vandaar dat Sacrament
die ordening van den priester zelve een
moest worden. Wel sprak het vanzelf, dat de priester als mensen het eigenlijke Mis-wonder niet kon tot stand brengen. Brood en wijn zóó veranderen, dat ze ophouden brood en wijn te zijn, en Christus werden, kon alleen de Almacht Gods. Maar er moest dan toch op aarde en van
En als
menschen zijde iets gebeuren, om dit wonder als uit te lokken. nu was niet aan ieder mensen toegestaan. Dit kon niet volgen de verhooring van een gewoon gebed. Hiertoe was een capaciteit 's
dit
van noode, die alleen bezat wie er toe gewijd was, en buiten hem niemand. En daar deze capaciteit niet de vrucht was van studie, noch
van geestelijke ascese, noch van zedelijke hoogheid, kon ze niet anders dan rechtstreeks van Godswege aan den priester toekomen, en dat geschiedde dan in het Sacrament van de Ordening.
Door deze Ordening en de haar inklevende gave werd alzoo
in
de
kerk van Christus een scheidslijn getrokken tusschen tweeërlei groep van
gewone geloovigen die door den Lichaam waren opgenomen, maar anderzijds die andere personen, die behalve het Sacrament van den Doop, ook nog het Sacrament van de Ordening hadden ontvangen, en hierdoor een eigen geestelijke beteekenis in het geheel der kerk hadden erlangd. Eenmaal de speciale wijding van den priester aangenomen, volgde uit het een het ander, en kon het niet anders, of de deeling van de kerk De priester is in priesters en leeken moest steeds scherper doorgaan. geestelijk gequalificeerd tot een daad van hoog-ernstige beteekenis, die Eenerzijds stonden dan de
personen.
Doop
in het kerkelijk
de gewone leek nooit verrichten kan. Zoo beheerschte de leerstellige opvatting geheel het saamleven in de kerk, en vanzelf moest ook geheel de Het kon toch wel niet anders, Eeredienst er door beheerscht worden. of het
boven zich
wonder der Transsubstantiatie kwam ander
elk
geheel
bouw van
naar
vanzelf zoo
hoog
te
staan
bestanddeel van den Eeredienst, dat deze dienst er
moest voegen.
het huis des Gebeds.
Dit
Nu
kwam
al
aanstonds
uit in
den
de idee van het offer was terug-
gekeerd, moest er in het kerkgebouw een bepaalde plaats zijn aange-
wezen waar
het
culte der volken,
offer
zou
gebracht
offer vraagt niet slechts
om
worden.
Zoo was
het in alle
Tabernakel en Tempel geweest. Het een altaar, maar is zoozeer hoofdbestanddeel
zoo was het
in
den Eeredienst, dat de plaats waar het wordt opgedragen in het oog moet springen, voor allen die komen aanbidden, zichtbaar moet verheven grondvlak vraagt, en zoo moet geplaatst zijn, daartoe een van
zijn,
dat
men van
alle zijden
van het gebouw er zich heenrichten kan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's