Onze eeredienst - pagina 175
DE VOORLEZER.
Van welke
zijde
bijeenvergaderen,
bestuur
het
van
uitvoering
dan
en
eerst, als
vergadering,
der
den Dienst belast
is
eerst de leden te laten
deze bijeen dat
is,
te
weer komt men
beziet, altoos
tot de slotsom dat het gewenscht
derhalve
als
men de zaak ook
171
de ambtsdragers
zijn,
en met de doen binnenkomen, mits dan
met
de
leiding
ook in één stoet, allen gezamenlijk. Of het raadzaam is dat^de prediker dan aanstonds den kansel be r klimme. bespreken we n ader. En daarom hier alleen nog een kort woord over het gebed, na het binnenkomen. T
Ook
daarin heersche, zooveel het kan, orde.
Niet een prediker die reeds met zijn gebed gereed
nog
ling
zit,
en ook niet de eene ouderling die
is,
eer de ouder-
vast gaat bidden,
al
onderwijl de andere nog op zijn plaats moet komen.
op
Dat aphoristische en gebrokene maakt altoos een verwarden indruk wie het aanziet, en schoon wordt de indruk dan eerst, als de
ambtsdragers,
dus
na
niet alvorens
hun
binnenkomen,
een ieder hunner
tegelijk
zijn
in
het gebed gaan, en
plaats heeft ingenomen.
XXXVIII.
De Voorlezer.
Op
zichzelf
verdient
het
zeer
zeker
aanbeveling,
dat de geheele
Dienst niet aan één enkel persoon worde opgedragen, en van oudsher
men dan ook de handeling bij den Dienst veelal over twee of meer personen verdeeld. En al zijn ten onzent van zulk een Dienstverdeeling noch slechts uiterst zwakke sporen over, iets is er toch nog. De predikant is wel bijna het factotum, maar laat toch iets aan anderen over, met name het collecteeren aan de diakenen, en de Schriftuurlezing aan den Voorzanger. Hoezeer echter dit kleine overblijfsel van meer gedeelte actie te waardeeren zij, toch zegt het niet heel veel. Het collecteeren gaat nu eenmaal van den predikstoel niet, en is op zichzelf een puur materieele bezigheid, een dienst die evengoed door heeft
een bus
in
den muur of door een steenen
offerzuil
bij
den ingang der
worden verricht, zoodra de offerwilligheid dergelqovigen maar Tcrachtig genoeg was. En wat het voorlezen aangaat, zoo mag niet voorbijgezien, dat men
kerk
J<ö"n
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's