Onze eeredienst - pagina 259
GEEN BIECHT.
na
gaan.
te
ontkend,
Zelf zien
dat
getuigenis,
er
roerends
iets
zulke dingen het beste.
in
is
dezen gang en
in
255
en
En dan kan
niet
het alzoo publiek afleggen van
in
aangrijpends
ligt.
Lang
niet bij
allen.
Meer dan eens stond op een en ander duidelijk het stempel der werkMaar had men te doen met een beweeglijk heiligheid afgedrukt. gemoed,
en
gemoed met
dat
in
gemoedsaangrijping,
heilige
dan
werkte er een macht die u een oogenblik meesleepte.
Toch werkte de verschijning gemeenlijk meer uit dan de belijdenis. van belijdenis, bewoog zich namelijk particulier uitspreken volstrekt niet altoos op persoonlijk gebied, en bleef in den regel vaak hangen in algemeene phrasen. Alleen wat toch bekend was, werd Het
Vroegere dronkenschap, gezeten hebben enz.
bekend en beleden.
Maar
en speellieden.
gram geldt
publiek
grijpt dat alles
voor
een vast
naar afspraak en pro-
zoo dikwijls zulk een biecht
ze,
en zóó
zóó
had,
plaats
deele
ten
dit
dezen toch
Bij
Ze weten vooruit, dat
plaats.
het
in
Niet enkel de hallelujazangers, zangsters
het publiek genoot.
handelen hebben.
te
publiek, dat, zonder nog
Zelfs
het
bij
aangenomen. Maar wel is de uiting van den ontvangen indruk spontaan bij het ingeloopen publiek, dat van zoo iets nog nooit getuige was. Niet het minst bij hen, die half lachend binnenkwamen, en blijkbaar aan alle denkbeeld van schuldbelijdenis ontwend waren. Dat toegelaten worden tot de intimiteit van iemands verborgen leven. Leger
Dat mogen toezien van
het
bij
staande
eigen
kring
tegenover
schuilen
was hem
zoo
God zijn, Ook was
en
verried,
het
stuiven.
hoe leek,
schuld
alle
in
God omging.
het.
Het greep
Te meer daar
ter
dege aan en
het hier geen
komedie
het niet. Wat ontbrak was de schuchterheid Wat men voor oogen zag, was een gemeenmaking van moest om eerbiedwaardig te zijn. Het was geforceerd.
Uit zichzelven zou die
er
lijn-
Dat ontwaren hoe men hier stond voor
dat tusschen de ziel en
het heilige.
wat
de pertinente ontkenning van
en eigen leven.
soms ontroerde was, maar realiteit. En toch bevredigde wat
Het verrassende
deze vrijwillige zielsanatomie.
roerde,
in
is
ongedwongen optreden met zulke harde bekentenis, zoo
recht
iets
reeds half
ingelijfd, toch
zijn
te
mensch nooit
beduid
verliep
het in
het
en
en
al
die
niet
tot die
telkens
in
daad gekomen
zijn.
Het
Het moest een belijden voor
aangepraat.
een toespraakje
tot
menschen.
toespraken dat eenvormige en eentonige, dat spontaan,
maar ingeprent was.
men zag stofgoud voor
Het was
niet
altoos van de vleugelen af-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's