Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 432

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 432

2 minuten leestijd

DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.

428

geloovigen,

die

hun eigen conventikelen hielden en elkaar onderling

geloovigen erkenden.

als

Men weet waarop

De scheiding en onderscheiding Men had de openbare goddeloozen, die slechts zelden met de tucht aandorst; men had de „natuurlingen", die zoo goed als van niets wisten; men had de „burgerlijke schijngeloovigen", die vroom deden maar 't niet waren; men had de „nabijgekomen schijngeloovigen"; men had de „tijdgeloovigen"; men had de „in hun conscientie overtuigden"; men had de „klagers", die in 't klagen lust hadden, maar niet verder kwamen; men had de „bekomen eindelijk had men merden", en dezen weer in allerlei graad „Gods volk", en ook dat volk weer in onderscheiden gestalten. Nu kan men zeer zeker met deernis op deze eindelooze indeelingen neerzien, mits men nimmer vergete, dat de volkskerk door haar onhoudnam men

steeds

in

dit alles uitliep.

aantal

toe.

,

bare positie hiertoe dwong.

De zaak was

zoodanig het vormen van een

als

toch deze, dat de volkskerk

kerkelijk oordeel onmogelijk maakte,

dat juist hierdoor het onderwerpelijk oordeel der enkele personen

en

De kerk was in haar vorm van volksvormen van een oordeel over de leden der kerk buiten Dat kon niet volstaat en liet Gods water over Gods akker loopen. Hier tegen moest verzet opkomen. Juist de meest bezielde doen. te

voorschijn werd geroepen.

kerk

het

tot

leden der kerk moesten zich aan zulk een toestand voortdurend erge-

en

ren,

het

niet

uit

te

roeien besef, dat de kerk van Christus toch

een heilig karakter moest dragen, noopte er toen oordeelen.

Dat eigen oordeel nu kon

toe,

om

personen gaan, en dat persoonlijk oordeel verliep vanzelf telijke keuring, die steeds

werd op

te

die

treden.

zich

het

Zelfs

in

een gees-

scherper en nauwer werd, en juist hierdoor

dan weer de hoogheidsinbeelding

vorderd,

gaan

zelf te

anders dan over de enkele

niet

bij

recht aanmatigden

de enkele geloovigen be-

om

als geestelijke keurders

aan de Groningsche academie zag

men

destijds

nog zoo helder in, dat de theologische faculteit in 1727 aan dit werk van Werumeus haar approbatie gaf, niet ter loops en niet voor den vorm, maar onder de uitdrukkelijke aanprijzing, dat dit werk van Werumeus er toe kan bijdragen om te doen uitkomen dat meegaan met de leer der kerk niet genoeg was, maar dat het aankwam op grondige Godzaligheid, en dat de „letterkennis" achtervolgd mocht worden door „geestelijk verstand" een stuk van approbatie, door de beide hoogleeraren A. Driessen en Otto Verbrugge namens de Faculteit onderteekend. In wat doolwegen dit geestelijk keuren dan ook moge verloopen het gevaar waarin de kerk verkeerde,

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 432

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's