Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Pro rege - pagina 117

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pro rege - pagina 117

of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid

2 minuten leestijd

DE HEERSCHAPPIJ DER KUNST. waar mijn

inspiratie ?

kunstenaar

op

terrein,

dit

die

alle

Die zoekt men dan mystiek

heeft.

eigenlijk

wereld,

Doch

woord. Een

de

moet dus nader bepaald. En

er toe

straks

om

als

niet

de kunstenaar

in het

woord

bewust

is.

en

dringt

drijft,

kan

God

te

om

vaag

en

leven concreet toch,

Schoone zich

het

uitgaan.

ongewis, zoo lang is

En zoo kan

in

dat

Schoone

natuurlijk

het niet anders, of de kunstenaar

den

in

aanbidden,

te

artist,

boven zich

in

den

erkent, die

zijn God ten leste hem vormde en bezielde.

Zoo wordt dus ook

richt

„de

kunstenaar

hem vormde,

te zien,

is.

Zoo komt

Doch ook

niet het

dat

bewuste

heeft geen ik, en

in

moet deze bewuste

een menscfi, en dan

zelf.

Wie dan geen

eindigt met zich zelf

hier de

terwijl

een minder en lager

vindt in den machtiger kunstenaar,

kunstenaar

gebied,

geen

en in zich zelf de zelfopenbaring van het Schoone,

van den god van het schoone

die

tot

hij

kan hoogere, bezielende inspiratie

ik

/^-openbaring van het Schoone gaan zoeken

meester

De al-God

als het Goddelijke,

Schoon zonder meer

ontdekt. Het

van een bewust

alleen

het

denken, en de vereering van het schoone

gaat vanzelf in aanbidding van de Schoonheid over. blijft

in

zal leiden,

het al-goddelijke van het heelal

in

Schoonheid het principieel Goddelijke

de Schoonheid,

zijn

maar

Wel de

niet blijven staan.

de inspiratie, die den kunstenaar

wijl

schoone

naar het

andere conclusie komen, dan dat

men

men

van het menschelijk leven.

uitgaan, dat zichzelf

iets

het Schoone, de

de

God

Heel de natuur, heel de

bewuste kunst

inspiratie, die tot

hem

is.

alle uiting

toonkunstenaar,

moet zelve van

bezielt,

God

mystieke algevoel kan

dit

bouwheer en

blijven, en dat

geloof aan den levenden

het Pantheïsme, en in de leus

in

en

de mensch, en

heel

bij

Goddelijk

alles

kan

den afgezworen God een surrogaat van noode

heeft afgezworen, voor

dat

onbeantwoord

niet

111

Koning der koningen op het kunst-

Opperste Bouwmeester en Kunstenaar", onttroond, en

de kunstenaar-mensch zich

zelf

een troon op, vanwaar

hij

als

hooger geest wil heerschen. Zal nu de zichzelf tot afgod

geworden kunstenaar nog een hooger

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's

Pro rege - pagina 117

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's