Pro rege - pagina 117
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE HEERSCHAPPIJ DER KUNST. waar mijn
inspiratie ?
kunstenaar
op
terrein,
dit
die
alle
Die zoekt men dan mystiek
heeft.
eigenlijk
wereld,
Doch
woord. Een
de
moet dus nader bepaald. En
er toe
straks
om
als
niet
de kunstenaar
in het
woord
bewust
is.
en
dringt
drijft,
kan
God
te
om
vaag
en
leven concreet toch,
Schoone zich
het
uitgaan.
ongewis, zoo lang is
En zoo kan
in
dat
Schoone
natuurlijk
het niet anders, of de kunstenaar
den
in
aanbidden,
te
artist,
boven zich
in
den
erkent, die
zijn God ten leste hem vormde en bezielde.
Zoo wordt dus ook
richt
„de
kunstenaar
hem vormde,
te zien,
is.
Zoo komt
Doch ook
niet het
dat
bewuste
heeft geen ik, en
in
moet deze bewuste
een menscfi, en dan
zelf.
Wie dan geen
eindigt met zich zelf
hier de
terwijl
een minder en lager
vindt in den machtiger kunstenaar,
kunstenaar
gebied,
geen
en in zich zelf de zelfopenbaring van het Schoone,
van den god van het schoone
die
tot
hij
kan hoogere, bezielende inspiratie
ik
/^-openbaring van het Schoone gaan zoeken
meester
De al-God
als het Goddelijke,
Schoon zonder meer
ontdekt. Het
van een bewust
alleen
het
denken, en de vereering van het schoone
gaat vanzelf in aanbidding van de Schoonheid over. blijft
in
zal leiden,
het al-goddelijke van het heelal
in
Schoonheid het principieel Goddelijke
de Schoonheid,
zijn
maar
Wel de
niet blijven staan.
de inspiratie, die den kunstenaar
wijl
schoone
naar het
andere conclusie komen, dan dat
men
men
van het menschelijk leven.
uitgaan, dat zichzelf
iets
het Schoone, de
de
God
Heel de natuur, heel de
bewuste kunst
inspiratie, die tot
hem
is.
alle uiting
toonkunstenaar,
moet zelve van
bezielt,
God
mystieke algevoel kan
dit
bouwheer en
blijven, en dat
geloof aan den levenden
het Pantheïsme, en in de leus
in
en
de mensch, en
heel
bij
Goddelijk
alles
kan
den afgezworen God een surrogaat van noode
heeft afgezworen, voor
dat
onbeantwoord
niet
111
Koning der koningen op het kunst-
Opperste Bouwmeester en Kunstenaar", onttroond, en
de kunstenaar-mensch zich
zelf
een troon op, vanwaar
hij
als
hooger geest wil heerschen. Zal nu de zichzelf tot afgod
geworden kunstenaar nog een hooger
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's