Onze eeredienst - pagina 433
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
429
deze keurders en deze gezelalgemeen verval der Volkskerk, een schappen zijn kern in de kerk hebben afgezonderd, waarin de belijdenis van het Evangelie en de geestelijke kracht der Godzaligheid stand hield, ook toen op het eind der 18e eeuw de afval zelfs onder de Leeraars onzijn,
ontkennen
te
valt het niet, dat het
geweest, die
Separatie
is
geleeraard
ook
heerschte
al
zijn
hen
bij
de
Piëtisten
Groningen, waar
Werumeus
uit deze gezelschappen opgekomen, meer voorwerpelijke toon. Het was lande een bijna gelijke beweging als
te
Duitschland.
in
kern, dat later de
uit
in
meest
een
onder de Gereformeerden hier onder
deze
is
en ook de „Vrienden der Waarheid",
heeft,
1839 nog bleven,
die na
Het
voortgekomen, met name
Zuidlaren
te
't
maakte.
vorderingen
gelooflijke
bij
In
landen bleek de kerk
beide
steeds minder bekwaam, om zich als kerk bij haar geestelijk karakter te houden, en toen zijn het deze gezelschappen en conventikelen geweest, die de taak der kerk overnamen, en poogden te vormen wat men
noemde een
ecclesiola
in
ecclesia,
d.
i.
een verborgen kerk
in
de
publieke kerk.
was in beide landen geestelijke beweging aansloot. Klein
bijeenkomsten
de
het aantal Leeraars, dat zich aan deze
Werumeus deed gezelschappen, ja, nam er
en
dit,
en verscheen
zelf deel
aan.
in
Maar
kon het moeilijk anders, of de predikanten moesten zich door deze beweging in hun positie als Leeraars der Gemeente aangetast gevoelen. Niet de Kerkeraad leidde nu de Gemeente, maar het „Gezelschap". De Leeraar moest door het gezelschap gekeurd en goedbevonden worden, of hij verspeelde alle geestelijk crediet. Niet de dienst in de kerk, als de Leeraar het woord verkondigde, maar het „Gezelschap" waarin de oefenaar sprak, was de eigenlijke samenkomst, toch
die
sterken
geestelijk
waren feitelijk op zij werk was ten lijk Enkele
zachtzinnige,
namen
uit
dien
en
opbouwen
gezet, en slotte
zoo
geheel
moest.
de
en
Leeraar
aan het „Gezelschap" overgegaan.
geestelijk-aangelegde
hoofde
Kerkeraad
het geestelijk oordeel als het geeste-
Leeraars
predikanten
almeer
een
uitgezonderd,
vijandige
positie
Gezelschappen in, en deze Gezelschappen tegenover de Leeraars. Dit werkte de afwijking van de leer bij de predikanten in de hand. Bij het geestelijk deel der Gemeente geen steun meer vindende wierpen zij zich op het afgeweken deel der Gemeente, tegenover
deze
althans dit deel, dat het grootste was, aan zich te trekken, gaven dezen afwijkenden leden ten genoegen steeds meer van de
zochten en
waarheid Dit
prijs.
heeft
toen den achteruitgang van het kerkelijk leven op onge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's