Onze eeredienst - pagina 424
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
420
gelijk die
onder ons vaak verstaan wordt,
is
zulk een bekeerling niet
zelden geheel onvatbaar.
Deze korte uitweiding kon al
te
zeer
verzuimd
omdat nog maar met den volksaard van
hier niet gemist worden,
het
in
is,
Liturgische
Oosterling en Westerling afzonderlijk en onderscheidenlijk Dit
leidt
er
dan
toe, dat in
rekenen.
te
onze Zendingsstations vaak formules ge-
bezigd worden die daar niet thuis hooren, of ook dat de missionaire predikanten,
gaan
en
dit
juist
zelve
brengen,
wat vooral
werken.
Vastheid
dit subjectieve
bij
in
De Roomsche
ons.
gevoelende, elk op eigen gelegenheid
daardoor
den
den
en onvaste
Oosterling
vorm
in
te
werk
den Eeredienst
uiterst schadelijk pleegt te
imponeert
hém nog
veel
meer dan
missie heeft dit zeer stellig in haar voordeel, en
zouden onze kerken een nuttig en goed werk doen, zoo ze althans een aanvang maakten met het onderzoek, om tot een geOok in den Catechisschikte Liturgie voor onze staties te komen. mus die ginds gelden zal, moet de tegenstelling met den Islam en met Onze Heidelberger het Paganisme een veel breeder plaats bekleeden. geeft de tegenstellingen uit de 16 e eeuw in Europa en schiet zelf voor ons te kort door het niet te berde brengen van de tegenstellingen van dezen tijd. Maar in geen geval kan men onder Mohamedanen en Heidenen in het Oosten volstaan met het catechiseeren over tegenstellingen, die zij nooit gekend hebben, uit een tijd dien ze niet mee doorleefden, en uit een milieu waarin ze zich niet thuis gevoelen. Voor hen moet Catechismus en Liturgie zich aansluiten aan hun toestand en de godsdienstige vraagstukken te berde brengen die hen bezig houden. Gemakkelijk zal 't niet zijn om hiertoe te geraken, daar de kerken hier te lande de toestanden ginds zoo weinig kennen. Zelfs zou 't niet anders kunnen, of de leiding van dezen arbeid zou van onzen Oost moeten uitgaan. Maar zooveel lijdt dan toch geen tegenspraak dat hier een groot en zeer ernstig werk op voorbereiding en afdoening wacht, en dat onze kerken haar roeping niet verstaan zouden, zoo ze maar steeds berustten in den eisch, dat onze Catechismus en onze Liturgie ook voor onzen Oost moeten blijven gelden. Maar ook onder ons zijn we op verre na niet, waar we wezen moeten; iets wat vooral bij de zoogenaamde „aanneming" uitkomt. Reeds het gebruik van dit woord „aanneming" toont, hoe weinig we het wezen der zaak wisten te grijpen. „Aanneming" beduidt dan aanneming ongetwijfeld
tot
lidmaat,
schil
alsof er tusschen een lid en lidmaat een principieel ver-
ware aan
te
wijzen.
ledematen, en elk stuk dat
Elk tot
lid
van
uw
uwe ledematen
lichaam behoort,
is is
een van een
lid
uw van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's