Onze eeredienst - pagina 523
DE BAN EN WEDEROPNEMING.
519
voor de bekeering die plaats greep. Hierbij is het niet aan den predikant overgelaten, om zijn eigen woorden te kiezen, veel meer zegging
te
improviseeren.
bij
zulke aangelegenheden, de keuze der woorden de juiste
Er
dient zoo ernstig gewaakt
te
worden, dat zij,
juist
dat de
kerken ook hiervoor een Formulier hebben opgesteld, en natuurlijk verstonden, dat de Dienaar zich van deze Formule bedienen zou. Ge-
had zulk een oproeping plaats enkele Zondagen voordat tot van het H. Avondmaal zou worden overgegaan. In de mededeeling zelve staat toch „Dat de Kerkeraad den afgesnedene ten naasten reize, wanneer men des Heeren Avondmaal zal houden, begeerde weder op te nemen". Ban en Wederopneming staan alzoo rechtstreeks met het Sacrament in verband. Het was alzoo eisch, dat meenlijk
de
bediening
:
de afgesnedene weer opgenomen was, als weer het Avondmaal kwam, opdat hij daaraan zou kunnen deelnemen. Men moest dus wel enkele
Zondagen vooraf met de mededeeling tot de Gemeente komen, en een Zondag vooruit of vlak voor het Avondmaal den afgesnedene weder Gelijk het nu het meest indruk maakt, zoo men den Ban pleegt toelaten. te leggen bij het Avondmaal, zoo zal 't ook alzoo het meest plechtig zijn, indien de Wederopneming plaats heeft in den dienst zelven wanneer de Avondmaalsdisch staat aangericht. Terstond na zijn wederopneming kan de eerst afgesnedene dan met de Gemeente communiceeren. Voor de eigenlijke wederopneming geeft het tweede Formulier drie onderscheiden stukken aan, Ie aanwijzing van den grond waarop de wederopneming rust 2e die wederopneming zelve en 3e dankzegging voor die wederopneming. Het eerste stuk bedoelt wel te doen uitkomen, dat het niet te doen is om een gevoelsdaad of om gevoelsaandoeningen te wekken, maar om een daad van geestelijk recht. Dat komt uit op velerlei manier. In de eerste plaats wordt geconstateerd, dat uit den boezem der Gemeente geen bedenking of bezwaar tegen het voornemen van den Kerkeraad gerezen is. De Gemeente behoorde hierin gekend te worden. De Gemeente had recht tot medezeggenschap. Vast moest alzoo staan, dat dit recht der Gemeente geëerbiedigd is. En eerst nu, nadat bleek, ;
hoe
er uit
;
den boezem, of
men
gelijk
destijds zei, uit
Gemeente geen bedenking van overtuigenden aard de zijn
Kerkeraad roeping
zich acht.
vrij
Het
den schoot
tier
ingebracht, acht
om voort te varen tot wat hij met zoovele woorden „Alzoo dan waarom de voorzeide wederopneming
en gerechtigd, staat
er
:
niemand iets voorgebracht heeft, niet zoude behooren te geschieden, zoo willen daartoe besluiten".
is
De Kerkeraad
is
nu
vrij,
wij nu tegenwoordiglijk
om onbelemmerd
te
doen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's