Onze eeredienst - pagina 155
SCHIKKING DER ZITPLAATSEN.
nederigheid
gezocht
het
in
hart,
zoo zouden de plaatsen achteraf het meest den regel neemt een kerkganger zijn „hoog-
Maar in meê naar de
zijn.
151
kerk, en daar anderen dat eveneens doen,
heidsprikkelaar"
dan een nijdig paar oogen en het zich ergeren aan elkaar. „Bemoei u daar als kerkeraad niet mede, maar zegt men nu laat wie eerst komt, eerst gaan zitten, en dan natuurlijk waar hij wil," zoo opent ge een wedstrijd voor het vroeg komen, en geeft ge aan den opgeschoten jongen, die vroeg van huis kan, een privilege boven
komt En
er
:
de nijvere huismoeder,
die, eer ze
kerkwaarts ging, nog zooveel thuis
verzorgen had.
te
Of ook, wijst ge omgekeerd voor ieder een eigen plaats aan, dan ontstaat weer dat noodeloos voorbij elkaar schuiven en voorbij elkaar Bovendien hebt ge dringen, en storen de laatkomers anderer ruste. dan het bezwaar der open plekken, of het sen die open bleven. Het vraagstuk is dan ook metterdaad
later inschuiven naar plaat-
bij
en een wijze van doen die allen bevredigt en is
is,
uitnemendheid moeilijk, in beginsel verdedigbaar
dan ook nog nimmer gevonden.
Uit beginsel, dit springt in het oog, kan slechts ééne onderscheiding
worden toegelaten, die dan haar grond zou vinden in het lidmaatschap zelf. Leden gaan voor vreemden, heele leden voor o nvolkomen leden. Dit
volgt
uit
den
der vergadering.
aard
Uit dien hoofde zou
Avondmaal vooraan kunnen
derhalve
de
plaatsen,
daarna de leden die nog niet toegelaten
toegelatenen
tot
het
men
heilig
zijn,
en daarachter
de binnenloopers. In
de oude Christelijke kerk heeft
toegepast, en dat In
den
tijd
waarschijnlijk licht tot
der
om
soms
men
die
onderscheiding dan ook
zeer scherp, ook door indeeling van het lokaal.
Reformatie
is
men
de kinderen niet
te
hierop echter niet teruggekomen, veel
onordelijkheid aanleiding geeft.
naast hun ouders hebben
op een hoop
Men
te zetten,
wat
wilde de kinderen lieve r
iets waar veel voor p leit. overweging verdienen, dit met een leeftijd, zeg van twintig jaren, een einde te doen nemen. E en jongman of jongedochter van 20 jaar gaat niet meer aan een handje mee En er zou wel iets goeds in liggen, indien op dien leeftijd zij die nog geen toegang tot het heilig Avondmaal zochten, dan ook maar achteraan gingen. Hierin zou een prikkel voor hen liggen, om tot het doen der openbare belijdenis te komen. De zaak zou meer spreken, en er zou een bestendige roepstem voor de anderen in liggen, om hen te doen gevoelen Daar
Toch zou
;
het
.
:
achteraan hoort ge niet meer.
Bereid u ten Avondmaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's