Onze eeredienst - pagina 22
HET KARAKTER VAN VERGADERING.
18
naarstiglijk komen tot het Huis Gods, of onder de predikatie, of tot den 'eeredienst, maar vaneen „naarstiglijk komen tot de Gemeente". Het is
de Gemeente die vergadert, en
men
als lid dier
Hiermede
Gemeente
hangt
het
dan
in die
vergadering der Gemeente gaat
op.
ook saam, dat
wij,
Gereformeerden, zoo
als gebouw hechten. Kan de Gemeente, kunnen de geloovigen in een daarvoor ingericht, deftig, luchtig gebouw saamkomen, des te beter. Maar de vergadering als vergadering hangt van 't gebouw niet af. Is er geen gebouw beschikbaar, dan vergadert de Gemeente in de open lucht, gelijk onze vaderen het deden bij hun „hagepreeken". Is het daarvoor te koud, dan huurt men een zaal. En kan men geen zaal krijgen, dan komt men bijeen in een stal, of fabrieksgebouw, of manege. Waarvoor die zaal of die localiteit anders gebruikt wordt,
weinig aan het gebouw
doet er niet toe.
Reeds in den apostolischen tijd lezen we, dat de Gemeente ten huize van de particuliere personen bijeenkwam Niet anders was het in het begin der Reformatie. Juist zoo begon men in 1834. En in 1886 sloeg men geen anderen weg in. Juist dat los zijn van het gebouw karakteriseert dan ook de bijeenkomst als een vergadering, die gemaakt en bepaald wordt, niet door muren of door banken, of door een orgel met een preekstoel, maar die gemaakt en bepaald wordt door de aanwezigheid van de leden der Gemeente. Veelal
beriep
oefeningen
aan
men te
zich
zelfs,
om
dat karakter onzer godsdienst-
bevelen, niet op den heiligen dienst in Tabernakel
Tempel, maar op de Kahdl of groote volksvergadering in Israël, waar elk volwassen Israëliet kon opkomen. Al stemmen we dan ook volkomen toe, dat de „vergadering der geloovigen" daarom toch altoos een eigenaardig karakter draagt, en deswege volstrekt niet met elke gewone vergadering op één lijn mag gesteld worden, toch staat het van den anderen kant vast, dat de grondtrek, het grondkarakter van elke wettige, ordelijke vergadering ook bij onze godsdienstoefeningen moet doorgaan. Uit dit grondkarakter nu volgt het vanzelf, met noodzakelijkheid, dat hij die deze vergadering leidt, dit niet kan en niet mag doen naar willekeur, en
of naar eigen grillig inzicht,
onderworpen
of in casu, de
En
dit
nu
maar dat
hij,
met de geheele vergadering,
aan die algemeene regelen, waaronder de vergadering,
is
Gemeente
is
leeft,
en haar leven
doen komen. wil men, voor
tot uiting wil
voor geheel de liturgische quaestie, of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's