Onze eeredienst - pagina 407
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
om
403
zien dan een scheut water. De druppelen Ze trekken de aandacht van de moeder niet af. En voor het zinnebeeld zijn ze niet ongenoegzaam. Het water druppelt op het gelaat, en onder de druppelen, als ze afglijden, komt het gelaat van het kind weer op. Alleen zou er winste voor de symboliek zijn, zoo men het Doopbekken afschafte en tot den Doopvont terugkeerde. Een Doopvont, mits niet al te klein van afmetingen, kan nog het stroombed afbeelden, Toch zal het doopbekken nog lang stand houden. het bekken niet. eenmaal. Het is er nu Vaak van zilver gegoten, heeft het een te En bovendien, vooral groote waarde om het buiten gebruik te stellen. in het kerkelijk leven moet men met het wijzigen van bestaande gewoonten steeds uiterst voorzichtig zijn. In nieuw geplante kerken zou men het met den Doopvont kunnen beproeven, maar nooit verstore men er de rust of den vrede der Gemeente om. Critiek op de bestaande gewoonten moet onder ons vrij blijven, maar nooit moet ze het eenmaal geldende kerkelijk leven onrustig maken. Tienmaal liever steeds uit een bekken gedoopt, dan dat ook maar één Doopvader om den Doopvont zijn kind aan den Doop zou onttrekken. Bij het teeken van den Doop, dat in het besprengen met het water bestaat, komt in de tweede plaats het Woord, en wel dit Woord met het teeken in onderling verband; zoodat men aanstonds voor de vraag staat, of de besprenging eenmaal oftewel driemaal zal geschieden. Het gebruik wil driemalen zoodat èn bij het noemen van den naam des Vaders, èn bij het noemen van den naam des Zoons, èn bij het noemen van den naam des Heiligen Geestes, de besprenging telkens plaats grijpe. Dat dit uit de instelling van den Doop volgt, zouden we niet durven beweren. Het zou zoo zijn, indien de Heere gezegd had: „Ze doopende in den naam des Vaders en in den naam des Zoons en in den naam des Heiligen Geestes". Dan toch ware op de drieheid der Personen in het Goddelijk Wezen de nadruk gelegd, maar zelfs in de afwijkende handschriften is die lezing niet opgenomen. Er is alzoo geen twijfel, of niet de drieheid, maar de eenheid staat op den voorgrond, en hiermee zou het meer overeenkomstig zijn, zoo de besprenging slechts eenmaal plaats greep, en dit te meer daar in de Schrift elke aanwijzing ontbreekt dat bij den Doop door onderdompeling een drievoudige onderdompeling plaats greep. Zelfs bij den Doop van vallen, zijn
schooner
te
storen het kindeke niet.
Jezus
zelf
Doch
al
is
hiervan
geen
spoor
te
ontdekken,
eer
het tegendeel.
zou met het oog hierop een eenvoudige besprenging
meer conform
de
oorspronkelijke
instelling
zijn,
allicht
toch blijve ook de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's