Pro rege - pagina 193
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
VERSTANDIGER
was beperkt
187
één bepaald terrein. Deze tweede middellijke macht
tot
de Natuur, die thans
over
HUN GESLACHT.
IN
in
onze hand gesteld
oefent daaren-
is,
tegen haar gelijke werking en invloed onder alle landen en volken,
eeuw na eeuw, en zegent duizenden
Waar
heid.
dat
onze macht over de Natuur de wondermacht van Jezus zou
boven gaan, wat
zichzelf ons raadselachtig in de ooren klinkt,
op
het nu
en door ons
in
hij
't
zijn
latere
bij
ontwikkeling werken en
men
fout waarin
vreemd
bleef
aan
in zijn
men aan den geloovigen.
zijn
stand
een
zij
wonderwerk gezien was.
waardoor men
hierbij verviel, en
gelegen, dat
hierin
tot
jongeren profetisch kon aanzeggen, dat
meerder werk volbrengen zouden, dan
De
te
volkomen verklaarbaar, hoe Jezus, wetende
het toch
is
zou brengen,
was
nood en krank-
tegelijk in allen
dit niet inzag,
Christus macht toekende, die
Men
stelde het zich voor, alsof
hetgeen buiten het geloof omging, ook buiten de sfeer van Jezus' handeling lag.
bracht,
Wat ongeloovige wetenschap
werd beschouwd
als
uit
of ongeloovige kunst tot stand
den booze en
als het
werk van den
booze. Jezus werd hier buitengesloten. Zijn koningschap werd beperkt tot
datgeen, wat betrekking had op de zaliging der
leven.
De „wereld" werd
maar ook buiten
het
terrein,
haar
zijn
derven, maar
God
alzoo
om
voor het eeuwig
haar
te
heil
als liggende
koninklijke macht en
zijn
de wereld had gehad, dat
lief
redden, verstond
men
De wereld werd
om
haar
te ver-
als uitsluitend
doe-
prijsgegeven, en alleen
der uitverkorenen werd redding
gezien. Dat dit in lijnrechten strijd
aarde
beschouwd
eeniggeboren Zoon had gegeven, niet
lende op de uitverkorenen.
openbaart
leven,
waarop de Christus
waardigheid uitoefent. Dat Hij
eeuwigen
niet alleen in haar onheilige geestesrichting,
gewoon menschelijk
haar
in
ziel ten
in Jezus'
was met hetgeen de
komst
Schrift
ons
omtrent het herstel van het paradijs, omtrent de nieuwe
onder den nieuwen hemel, en omtrent de verheerlijking van
ons lichaam, zag men geraakt,
van
wel
niet in.
eenerzijds
En zoo niet
te
is
men
in
ontkennen,
de valsche positie dat
we
in
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's