Pro rege - pagina 35
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE GEMEENTE.
IN
dekken met Jezus' naam. Maar hoezeer nader
schap
komt,
en
rechterhand. Het bepaalt wijl
juist
Koningschap het
vertoont,
ook maar eenigszins
ziel
op
onze Koning
als
de idee
gezeten aan
is
tot het kerkelijk regiment,
kerkelijk regiment onder ons zich in zoo uiterst
dat
vorm
eenvoudigen
aan het Koning-
dit feitelijk
het toch, juist door zijn beperktheid, het
sluit
oog voor de majesteit van hem die
Gods
29
tot
het ganschelijk
is
de hoogheid van de majesteit van Jezus'
ook het kerkelijk regiment
heffen. Zeker,
te
onbekwaam om de
Koningschap besloten, maar het openbaart zich hier
is
in
zoo ge-
in
brekkig menschelijken vorm, op zoo klein gebied, met zoo ongrijpbare
kracht,
Majesteit,
Zoo
die
in
het
geen flauw besef
het volle
men dan
zal
dat het
dat
verstaan, wat
geloochend
wakker roept van de
Koningschap van den Christus
Koningschap van Jezus
miskend,
zelfs
schittert.
we bedoelden met onze
niet alleen in
klacht,
de wereld buiten ons
bestreden wordt, maar dat de glorie van
en
dat Koningschap ook in alle kringen der belijders taant.
Men
God geopenbaard in het vleesch;men knielt in aanbidding voor hem neder; men zweert bij hem als onzen Hoogsten Profeet; men loopt hem aan als onzen eenigen Hoogepriester; men laat zich door hem als het Hoofd van het Lichaam bezielen op kerkelijk gebied wordt uit hem, en uit hem alleen, alle eert
den Christus
als
;
daad afgeleid; en ook het Koningschap van Christus, Majesteit
en
glorie,
wordt wel beleden, wel
in zijn
eeuwige
in geschriften
erkend,
en zou zelfs tegenover een ieder, die het loochenen wilde, met klem en ernst verdedigd worden. zelfs
en bepleiten,
is
Maar
belijden, niet loochenen, erkennen
nog zoo heel
iets
anders dan het
in zijn ziels-
bestaan hebben opgenomen, en er zelf uit leven.
En
dit
laatste
nu ontbreekt.
We
niemands persoonlijken stand voor Daarvoor zoudt ge ieders kent dit meer dan
bij
zeggen
zijn
niet in een ieder.
Heiland vellen
intiemer leven
we
Over
een oordeel.
moeten kennen, en wie
een enkelen boezemvriend; hoevelen kennen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's