Onze eeredienst - pagina 219
DE WET DER X GEBODEN.
we
Hoezeer
den
met
gewezen
voorbeeld
en
zin,
Ebrard aan
al
kan tegen-
genoeg op Calvijns woord en worden, toch volgt hieruit nog geenszins, dat de der
verachters
de
door
o.a.
lof
toegebracht voor zijn rijken Liturgischen
Calvijn
over
instemmen
toch
215
Liturgie
niet
keuze van volgorde, die Calvijn deed, onberispelijk was.
We dit
willen dan ook reden geven,
waarom
o.i.
Calvijns methode op
punt verbetering vraagt.
In
de hoofdzaak had Calvijn onbetwistbaar
Is
de schare
gelijk.
het kerkgebouw, niet een groep hoorders,
in
„vergadering der geloovigen"
dan kan de Wet
,
niet
maar een onder hen optreden
als een tuchtmeester tot Christus.
Dat niet
is
in
wel
haar roeping
vergadering
een
saamkomen, omdat
bij
een Evangelisatie of
mannen en vrouwen, tot Christus gekomen
van
ze belijden
bij
te
maar daarom
Missie,
die juist zijn.
Want wel ontkennen we niet, dat ook de geloovigen nog telkens door den spiegel der Wet in hun schuldbesef verdiept worden, noch ook dat er in de kerk vele onbekeerden meê opkomen, die nog niet met bewust geloof tot Christus gekomen zijn, maar dit |verandert daarom
karakter der vergadering niet, en kan er dan ook nooit op drukken. In de Liturgie nu geeft het karakter der vergadering den toon aan. Het onvolkomene komt in de predikatie aan de orde. Is en blijft het
het stempel
alzoo het karakter der vergadering, dat ze het stempel draagt Jvan een
vergadering
van geloovigen
nog pas
Christus geroepen worden.
tot
te
zijn,
dan kan ze
als vergadering niet
Ebrards opmerking, dat de XII Geloofsartikelen, en niet de Wet, na
de
komen,
predikatie
ook
niet uit
omdat het geloof
door juistheid.
uit het
in
predikatie onder hen die reeds gelooven, maar het Heidenen en Joden uitgaat. In
als
een
vergadering
Goddelijke
regel
is, munt dan Rom. 10 niet de kerygma dat tot
gehoor
Paulus toch bedoeft
der geloovigen daarentegen weerklinkt de der
dankbaarheid,
en
Wet
wel als regel der dank-
baarheid voor de practijk des levens.
Nu gaan de geloovigen tot die practijk des levens over, niet vóór de predikatie, maar na de predikatie, als ze het kerkgebouw verlaten. Daar, tot
om
bij
het
verlaten van het kerkgebouw, en
de practijk des levens,
is
bij
het terugkeeren
alzoo de logische en natuurlijke plaats,
den regel der dankbaarheid, d. i. de Wet, te laten uitgaan. Of men daarvoor nu de ééne maal de volle Wet, en de andere maal het kort summier der Wet neemt, doet niet ter zake. Hoofdzaak
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's