Pro rege - pagina 142
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
136
Maar een enkel
gegeven.
mensch stond dan toch
lichaamsbouw tegenover het tallooze dierenheir met
En nu meldt ons de
gestalten.
Adam kwam;
dierenheir tot
zonder dat
stond,
Adam hem leed
als heer en
op een nu
tevens soort
elke
te loor
Een
doorzien.
te
reusachtige
zijn
hun namen
hij
aard. Dit wijst alzoo
op de hooge meerderheid van den mensch over en
kleinen
koning onder hen
deed, en dat
maar overeenkomstig hun
niet willekeurig,
gaf,
zijn
Schrift, dat in het paradijs heel dat
dat
een dier
in
het geschapene,
al
om
gegaan vermogen
het
wezen van
heel andere dierkunde dan thans de
zoƶlogen bezitten, maar van nog hooger waarde.
van
Gelijk
optreden,
zelf spreekt,
niet
de veelvormige aard waarin de dieren
is
Elk van hun vele soorten heeft een eigen
toevallig.
bouw van zullen. De wa-
reden van bestaan. Met die reden van bestaan hangt de
hun lichaam saam en van de teren,
aardbodem,
de
de
en
sfeer waarin ze leven
lucht
de drie sferen van deze
zijn
aarsche schepping, en elk dezer sferen heeft haar eigen grondsoort
van
Maar ook
dieren.
elke sfeer
in
zwemmende, loopende, kruipende scheiden
wordt die grondsoort van het vliegende
of
dier
weer onder-
van ondersoorten, en ook elk dezer ondersoorten heeft
in tal
weer haar eigen vorm van verschijning en zulks met een eigen bestemming. Er gis
af
scheppen
van dieren
is
Gods. Elke
soort
heerlijken.
Ook
Gods schepping geen
in
is
wezens op goed geluk
van
de
in
heeft
deze
een
in
de
maken, maar de
onderscheidene
Toch
nu nog
uit het
onderscheiding het doel in
om
roeping
haar
God
te
ver-
lag.
meer. In de grootte, in den vorm,
bekleeding eigenlijke
soorten
eigenaardigheid
van de dieren
eigen
als niets
bijzondere blijkt
Neen, elke soort
de dierenwereld heerscht een heilige orde. Hiervan
weermiddelen,
scheiding
af.
de eigenaardige uitdrukking van een eigen gedachte
weten wij nu zoo goed in
geen op de
grillig spel,
alzoo,
geschapen
kunnen we zekere onder-
reden doorgronden,
en
niet
zijn,
anders,
elk
kunnen we
scheppingsverhaal, dat
waarom in
haar
niet meer.
juist in die soort-
Waartoe anders die breede beschrijving
de wateren, van de dieren, die vliegen
in
de lucht, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's