Onze eeredienst - pagina 106
AMBTSGEWAAD.
102
pronkzuchtigen wansmaak der ijdelheid, zoo wisten onze Gereformeerde en moeders een edeler, fijner smaak
vaderen
De
ver-
vro uw van adel en de vrouw van den parven u onderkent
men
nog op
nu
hun kleeding
te
wezenlijken, dan
het
men meest eerste
in
buiten hun kring vond.
gezicht, juist daardoor dat de eerste een ge-
kuischten, de tweede een valschen
smaak
heeft.
En overmits
het Cal-
vinisme niet tegen, maar voor de kunst koos, zocht het Calvinistische volk
ook
in
zijn
kleedij zijn
hooger adel door edeler smaak
te
open-
baren.
Niet door een begraven van het schoon onder het rouwkleed, maar
door een openbaren van het wezenlijk schoon en zuiverder
in ecfe/er
kleurenmenging
snit.
Ook thans zal daarom ons Gereformeerde weg der edele soberheid blijf bewandelen, opgaan naar Gods huis zich onthoudt van
volk wel doen, als het dezen
en zoo
men
vooral
het aantrekken van
het
bij
gewaden
met hoofddeksels, die tegen den eisch van het door eenvoud schoone ingaan; en onze huismoeders zullen goed doen, zoo ze deze edeler ontwikkeling van den smaak bij haar kinvan
en
het
zich
tooien
deren en dienstboden bevorderen.
wat opzichtig, te bont en te samengesteld is, moet gemeden De mensch moet geen kapstok zijn, waaraan een kleed m et bijbehooren wordt rondgedragen, maar een gekl eed mensch. Hieruit volgt dan vanzelf, dat ook wie dienst doet in de vergadering der geloovigen, het veiligst gaat met naar dezen zelfden regel te hanAl
worden.
Da t enkele predikanten, die vóór de Doleantie, delen. woon waren in een toga te prediken, die gewoonte alleszins begrijpelijk, en zoo ze in
ge^ Jjl,
jarenlang
aanhielden,
hun cons ciëntie verzekerd
dat
zijn,
,,
hier geen clericaal adertje onder loopt, volstrekt niet af te keuren
.
niet aan gewoon was wenne zich die gewoonte niet nog veel minder naar den geheel verouderden steek, maar kleede zich gewoon en eenvoudig. Een eenvoud, die in nog beter smaak uitkomt bij de gesloten, gekleede jas, met witte das, dan in den open rok met laag vest. Die weggesneden panden, Dit laatste gewaad toch is wansmakig. die als zwaluwstaarten uithangen, doen niets. Ze drukken niets uit. Ze bedekken niets. Ze zijn zinloos. En met het witte hemd dat zich .
Maar wie
aan,
en
breed
uit
zichtig, te
Toch orde
er
,
grijpe
het
vest uitwringt,
midden van anderen
versta
zijn.
uitgesneden
men
Gekleede
die
is
deze kleeding zelfs op-
gewoon gekleed
zijn.
wel, dat in dit alles middelmatige dingen aan de jas of rok zijn beide bruikbaar, en
zoo ook, mits als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's