Onze eeredienst - pagina 554
DE BEVESTIGING
550
IN
HET HUWELIJK.
huwelijkssluiting aan de kerk opdroeg en overliet. De kerk dan in de huwelijkssluiting deels wat ze te doen had uit eigen machtsbevoegdheid en deels wat de Overheid aan haar overDie laatste toestand bestaat in tal van landen nog, liet of opdroeg. Toen de Fransche met name in Engeland ten onzent niet meer. Revolutie ook hier doorbrak is de verhouding tusschen Kerk en Staat hier geheel omgegaan. De kerk hield op Staatskerk te zijn, en van dat oogenblik af trok de Overheid geheel het huwelijk aan zich, aan de kerk niet anders overlatende dan haar recht, om de reeds gehuwden, als gehuwd, in het kerkgebouw te ontvangen, ze te vermanen en zegen over hun huwelijk af te bidden wat het volk dan trof,
de
deed
;
;
noemt „inzegening."
De
uitdrukking „bevestigen", die ons Formulier koos, ziet intusschen
op wat de Overheid ondersteld wordt reeds gedaan te hebben, maar vat het huwelijk ten principale als familieaangelegenheid op. Het zijn de huwenden die een eigen besluit nemen om te huwen. Beiderzijds worden de ouders en wordt de familie hierin gekend, en is eenmaal door „ouders en momboiren", gelijk het heet, consent gegeven, dan is welbezien het huwelijk er, gelijk er dan ook in Israël van geen nadere sluiting sprake viel. Geheel afgezien echter van de vraag, of het huwelijk, uit ander oogpunt bezien, niet reeds in de niet
alleen
familie en voor de Overheid tot stand
gekomen
is,
vat ons Formulier
de kerkelijke bevestiging op, alsof het huwelijk voor haar als kerk nog niet
voltooid
huwden genomen in die
Twee eerst door haar Dienaar gesloten wordt. de kerk en kinderen teelden, leefden geestelijk hoererij saam, juist zooals omgekeerd de Overheid de is
en
buiten
echtheid van het kindschap der geteelde kinderen op haar terrein niet
had in Engeland of waar ook een geestelijke man en gehuwd. Zoo blijft de Overheid geheel vrij op haar terrein, maar de kerk ook op het haar toegewezen gebied. Er staat dan ook duidelijk in het Formulier, dat de Dienaar de Bruid en den Bruidegom aanspreekt en dus als kerkelijk nog ongehuwd beschouwt, en alzoo van Bruid en Bruigom de belofte afneemt. Nu alle verstandhouding tusschen Overheid en kerk ten deze ophield, kon het niet anders, of de twee handelingen moeten zich naast elkander op eigen terrein geheel vrij bewegen. Geestelijk komt de band eerst tot voltooiing, niet door wat de Overheid deed, maar door wat in Christus' kerk gedaan wordt in het midden der Gemeente. Een geloovige verstaat het dan ook niet anders. Een geloovige, man of vrouw, voelt zich niet getrouwd door wat de wethouder vererkende, ook
vrouw
al
kerkelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's