Pro rege - pagina 337
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE TWEEDE ADAM. een en
organisme.
hetzelfde
dezelfde,
331
men nu ook de
Vergelijkt
menschheid en ons menschelijk geslacht met zulk een stamboom dan
ook
het
is
boom
maar
uitschieten,
aard
de
en
niet
met elke twijg en met
soort
en
op de edeler
voor den
loot wast,
behoud van den boom
het
nu
gelijk
de wilde takken, die nog van onderen
alleen hetgeen
beslist,
zoo ook
behoud en voor de eeuwige toekomst van ons
voor het
beslist
er
van ons menschelijk geslacht vergaat. En
zelf
den geënten
bij
de vraag, wat
niet
met eiken bloesem geschiedt, maar alleen: hoe het den
elk blad en
stamboom
hier
menschelijk geslacht, niet wat er gebeurt met hetgeen nog aan den
stam beneden uitbot, maar alleen datgene, dat hoog uitbot
wilden uit
de edeler
loot.
Men
Adam op den
tweede
zou dus kunnen zeggen:
De
Christus
als
is
oorspronkelijk goeden, maar wild geworden
stam van het menschelijk geslacht geënt. Vrucht en gevolg van die dat
enting
is,
enting
plaats
wat uitschiet en uitbot boven het punt waar de
al
nu
greep,
het karakter vertoont
waardoor de edeler
loot zich
van den wilden stam onderscheidt. Christus
makende
geest,
van
oogenblik
het
die
nieuwe uitbotsels
in
dat
af,
hemelsche gaardenier dien edel,
en
zich niet
richt
maar naar het
wilden stam
boom
niet
God
de levend-
uit
uitgroeisel
de geënte
loot.
van den wortel, Het menschelijk
geldt, rekent alzoo niet
meer naar den
den eersten, maar naar het edele uitbotsel
uit
En
meer voor wild, maar voor
meer naar het
geslacht, zooals het voor
is
geest in brengt.
enting plaats greep, rekent nu de
die
uitbotsel
fijne
zijn
den
uit
tweeden Adam. Er heeft een overgang, een wijziging, een gedaantewisseling plaats.
van nu deel
af
van
is
boom wordt oude
leven,
toezuigt,
om
het menschelijk geslacht,
maar
ons menschelijk geslacht hetgeen groeit aan het geënte
En
boom.
den
nieuwe leven
De oude stam was
niet
als
geplant,
en
de
een
hierbij
is
dit
het opmerkelijke, dat het
stek naast den ouden, wilden
nieuwe
maar dat het nieuwe leven opgroeit
levenssappen
van
ze in nieuw, edel soort
om
uit
het
den ouden stam naar zich te
zetten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's