Onze eeredienst - pagina 448
BEDIENING VAN HET HEILIG AVONDMAAL.
444
Dan
trekken.
en schier het
in
toch
onbruik
zou het steeds zeldzamer zijn
gekomen.
Avondmaal de hoogste
En
dit
zijn
mocht
bediend geworden niet.
Veeleer moest
uiting van eiken kerkedienst zijn.
En
dit
kon, zoodra de onderscheiding tusschen de geestelijkheid en het volk veld won.
toen de kerk zich snel onder de Heidensche kon het niet anders, of de toetreding tot de kerk van deze millioenen droeg vaak een zeer uiterlijk karakter. Veel meer dan een vernis was dit niet. Hierdoor nu teekende zich steeds scherper de tegenstelling af tusschen de geestelijken die van elders gekomen waren, om deze volken te doopen, en den geestelijken toestand van dit volk na den doop. Geestelijkheid en volk werden hierdoor almeer een tweeheid. Op de geestelijkheid moest steeds scherper door de Bisschoppen worden toegezien, opdat de tegenstelling tusschen haar levenswijs en die van het pas gedoopte volk sterk genoeg spreken bleef. Zoo begon men van lieverlee in de 'geestelijkheid een ander soort personen te zien. Personen die door een eigen zalving des geestes op een hooger standpunt kwamen te staan. De wijding van een geestelijke werd daartoe zelve als een Sacrament opgevat. Door die wijding werd de candidaat voor het ambt een ander mensch, die soms in veel nog struikelen mocht, maar toch op een geheel eigenaardige wijze met het Heilige in verband stond. En dit nu leidde er vanzelf toe, om tusschen den Clerus en het Sacrament van het Nachtmaal een ander verband te leggen, dan feitelijk bij de Gemeente bestond. Zoo ging vanzelf en ongemerkt de actie van dit Sacrament bij Clerus en Volk uiteen. Aan de geloovigen werd het al zeldzamer, aan den Clerus al veelvuldiger bediend. Een beweging die tenslotte hierop uitliep, dat het Sacrament voor den Clerus een dagelijksch, voor de geloovigen veelal slechts een jaarlijksch gebruik werd. Zoo werd de Mis van de Communie onderscheiden. De Mis werd de bediening van het Sacrament door en voor den Clerus, en alleen de Communie was een deelnemen aan het Sacrament door de leden de Gemeente. Nu kon deze bediening van de Mis ook in afzondering plaats grijpen. In afgelegen kapellen, in kerkgebouwen zonder andere opkomst dan het kerkelijk personeel, kon door den priester alleen, met behulp van zijn personeel, de Mis bediend worden, ook al nam er voorts niemand deel aan. Zoo werd de Mis iets afzonderlijks, iets eigens, iets wat tusschen den Koning der en tenslotte kon wel de Gemeente er kerk en Zijn Clerus omging bij tegenwoordig zijn, maar alleen om zich in de heerlijkheid en hoogheid van deze actie van den Clerus te verliezen. De Clerus werd dan geacht in organisch verband met de kerk te staan, zoodat zijn eerbiedige
volken
Vooral
in tijden
uitbreidde,
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's