Onze eeredienst - pagina 548
DE BEVESTIGING
544
die
IN
HET AMBT.
armen moest gezorgd, en dat deden de Diakenen, maar meer hadden
ze dan ook niet te beduiden. Iets, maar niet veel beter, is het gesteld met wat over de roeping of de taak der Diakenen gezegd wordt. Het begint weer, zeer plat „Uit :
genoeg te zien is, welk het ambt der Diakenen is". Drieerlei wordt dan aangeduid: 1 aalmoezen inzamelen; 2 aalmoezen Ze moeten dus de uitdeelen; en 3 de armen stichten en troosten. aalmoezen en goederen, die voor de armen gegeven worden, verzamelen en bewaren, en in verband hiermee het milde geven bevorderen. Ten anderen moeten ze wat inkomt, uitdeelen, en dat wel met een blij hart, maar toch altijd zoo, dat alleen gegeven wordt waar nood is. Zoo ongeveer dus hetzelfde, wat ook de ambtenaar der burgerlijke overheid doet. Maar tenslotte komt er dan toch bij, dat de Diakenen ook een geestelijke roeping hebben, en niet alleen in het uiterlijke moeten blijven hangen, maar ook van de geestelijke zijde de armen bemoedigen, troosten en helpen moeten, Het staat er in deze woorden: „Waartoe dat zij niet alleen met de uiterlijke gifte, maar ook met de zeer goed is, troostelijke reden uit het Woord Gods, aan de armen en ellendigen hulp bewijzen". Dan treft nog in de toespraak, dat de Dienaar bepaaldelijk van de rijken zegt: „Zijt weldadig, gij rijken, geeft mildelijk en deelt gaarne mede", alsof de liefdegaven niet uit aller beurs, ook van het penningske der weduwen moesten komen. En vraagt men, wat in het gebed bijzonderlijk voor de Diakenen wordt afgebeden, dan komt ook dit weer geheel op 't zelfde als bij de taak of roeping neer: „Insgelijks de Diakenen, in het naarstig ontvangen en mild en voorzichtig uitdeelen der aalmoezen aan de armen, ook mede in het liefelijk vertroosten van deze met Uw heilig woord". Natuurlijk zou dit Formulier, moest het in onze dagen worden opgesteld, een geheel ander karakter dragen, maar dan ook niet in het welke
plaatsen
Ouderlingen-formulier en
Diakenen
vermoeien,
saam
is
hier
zijn
te
veel
korter
en
daardoor de Gemeente niet
te
Dit kon wel, mits dan het Formulier
misplaatst.
was en ook noodigste bepaalde. Maar wat
veel,
De bedoeling om Ouderlingen
ingevlochten.
bevestigen
bij
de Ouderlingen zich
niet gaat
is,
in
tot het aller-
één Formulier breed het
meten en over het Diaconaat zoo goed als heen te Er loopen. Nu is het licht te verstaan, wat hiertoe aanleiding gaf. heerschte destijds veel welvaart bij weinig armoede. De burgers en de rijken gaven mild en overvloedig in de collecten en in legaten. Van nood Ouderlingschap
was geen Daarbij
uit te
sprake,
kwam
was zoo goed Diaconaat pas weer was
en de Diaken
dat het
als
nimmer
verlegen.
ingesteld; dat er
nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's