Onze eeredienst - pagina 256
GEEN BIECHT.
252
val teruggaat, en ziel
de ruste terug Dit
we
werk van den Heiland
na de erkennen dat het gelooven het ook wel waarlijk, maar zoowel deze er-
gaandeweg
en
is,
de ure der bekeering ons overweldigend de eerst in het volbrachte
doen vinden. besef echter van schuld en
te
algemeen
bekeering
zoo
dat in
om soms
verontrust,
zijn
vergiffenis verliest
indringend karakter.
We
kentenis als dit geloof, erlangen van lieverlede meer het karakter van
eene
afgedane
Gods kind
God
heeft
zijn
alle
we nu
geven
Het
zaak.
staat
nu eenmaal voor de overtuiging van was, en dat hij alzoo gered is. de diepte der zee geworpen. En al
vast, dat hij alzoo verloren
zonden
grif toe,
in
dat deze vaste overtuiging elk oogenblik door
den Heiligen Geest weer kan verlevendigd worden en onder bijzondere ervaringen van Gods genade weer krachtig en prikkelend kan opleven, toch zal elk vroom belijder bekennen, dat dit feit en deze waarheid in den gewonen gang des levens, meer een verzekerdheid vormen, die hij heeft weggeborgen, dan een stemme uit den Hooge die bezielend op hem werkt. Doch nu heeft God het zóó verordend, dat zijn kind, dat vastelijk in dat vergeven en verzoend zijn van zijn schuld en zijn zonde gelooft, nog telkens met Satan in aanraking komt, nog gedurig aan allerlei verzoeking en verleiding bloot staat, en, helaas, nog eiken dag in allerlei zonde uitglijdt, ja, zijn beste werken, steeds door verkeerde opwellingen en inmengselen en overleggingen van zijn hart met zonde besmet.
En
hierin ligt
Immers,
nu het gevaarlijke punt.
staande
verloste tweeërlei Hij
tegenover
weg
pijnlijke werkelijkheid,
kan nu de
kan óf geleid worden door de overweging, dat die nakomende
zondeuitingen toch aan een
deze
inslaan.
uitverkorene
zijn
eeuwig
heil
niets afdoen,
Gods toch eenmaal de
absolute
want dat
hij als
vergeving zijner
zonden ontvangen heeft. Of wel hij kan door die gedurige ervaringen van de zondigheid van zijn hart tot twijfel aan zijn bekeering, aan zijn genadestaat, en aan de principieele verzoening in Christus verleid worden. Zoo vindt men het dan ook in de gemeente. Eenerzijds mannen en vrouwen, die hun kleine dagelijksche zonden nauwelijks meetellen, en er niet dan zeer zwakkelijk en strijden.
En zijn,
Ze
zijn
anderzijds
laffelijk
immers toch in hun Christus geborgen. mannen en vrouwen, die teederder van
tegen
conscientie
en pijn hebben over hun telkens terugkeerende zonden, maar die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's