Pro rege - pagina 135
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE MENSCH HEER OVER DE NATUUR. gevoelen.
klein
Zelfs
aangenomen, dat het verscheurende element
den aanblik der machtiger dieren hem toesprak, zoo
nog
niet
zag
de mensch toch wezens voor en
uit
afmeting plaats
129
en
veel
in
om De
grooter aantal.
zich,
van veel machtiger
vraag, welke zijn rang en
die wereld en tegenover die wereld zou zijn,
in
daarom terstond
aan
hem
En op
op.
drong zich
God
die vraag nu geeft
Heere den pas geschapen mensch onmiddellijk
dit
antwoord
:
de
„Weest
vruchtbaar en vermenigvuldigt u en vervult de aarde, en onderwerpt haar,
en
hebt
over
koning over
tot
zijn
1
:
28).
Zoo werd de mensch
schepping, over heel deze wereld,
aarde gekroond. Het hoe verstond de mensch nog
deze
heel
(Gen.
heerschappij."
door God-zelf
Het was een volstrekt onopgelost raadsel, dat
niet.
Gods
tot
hem kwam.
slank
en
klein
in
Hij,
zijn
in
physiek zwakkere mensch, tenger,
de
zienlijke formatie, die slechts
stap zich kon voortbewegen, en niet dan zijn twee
beschikking
zou
had,
heel
Dat
wees op
van
kracht, die dat verzet zou
natuur als
hij
hij
moest ze aan zich onderwerpen.
omgekeerd heel
zich voelde, moest
van hem worden. Ze mocht hij
niet alleen
hem
die natuur afhan-
niet
overheerschen,
moest heel de natuur beheerschen. Zóó beheerschen, dat
ze ten slotte geheel aan
dat
hem onderworpen was,
heerschappij,
zijn
zijn
koninklijke
geestelijke overheersching een volstrekt feit zou
en zoo onderwor-
overmacht
en
zijn
worden.
den 8sten Psalm heeft David die heerschappij van den mensch
over de
natuur
onzen zondigen paradijs in zijn hij
tot zijn
moeten breken. Afhankelijk van die
maar
In
handen
tot
op tegenstand. Het wees op een inspanning
kelijk
pen,
van stap
die aarde, heel die wereld niet alleen
bezitten en doorwandelen, neen, verzet,
deze ordinantie
in
zijn
Vandaar
bezongen, als geldende ook voor onzen gevallen, staat. Zijn
dagen
was,
en
gelijk hij
zelf zich als
in het
gelijk
mensch kende.
diepe verwondering. In zich voelt, voor zich ziet
zijn
den mensch
in
zijn
en
In
al
ellende.
zang jubelt niet over den mensch
ongebroken toestand, maar over den mensch,
gevallen staat, den mensch in zijn
haar
diepte
voelt
hij
hij
gebrokenheid
daarom de tegenstelling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's