Pro rege - pagina 349
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
HOOFD, MAAR TEVENS KONING.
„Wordt krachtig ook
wijst
drukking
op den Christus.
dit
waarin de verlosten
een Meere, waar
ik
Oude Testament
God
voorgrond.
schonk
aanzijn
;
Vader,
is
mijn vreeze ? Dat //eere uit,
voor Hem.
schepsel
alle
die
Hem komt
schepsel het
alle
tweede betrekking,
staat een
zoon
God
zal
en als het
zoodanig moet
alle
den Christus.
Ook
bij
maar
er is
Lichaam
is
aanzijn dankt, en dit
zijn
Hem
creatuur hier
hij
meer dan
't,
komt
tot
Moofd des Lichaams
is,
Maar
Jehovah
ook
is
bij
alle creatuur,
gelijk
God de bij
vader
komt
er
der zijnen, over wie niet alleen als
Voor zoover aller
Meere
voor
zijn
is,
hij
zijn
hem
ten
wijst
meer op wat
toevloeit
;
den Christus
te
bij,
dat
hij
is
als
zijn
is,
hun Meer hebben
te
alle
de Meere
het volle zeggenschap bezit, zoodat ze
hun Moofd
hem
offer
hij
bij
hun Hoofd, maar ook
glorie, en
geacht wordt,
ook
is
komt, dat Hij
de Bezitter, de Eigenaar, de volstrekte Beschikker over
creatuur, zoo
is
uitdrukking in de be-
alle
nu
God
wien het mystieke
aan
van
gelijk er
dat.
vreezen. Juist zoo nu
tuiging, dat hij het
creatuur.
hooge
vader eeren, en zoo moet
zijn
eeren,
niet
alles toe. Alles bestaat alleen
ook de Meere, de Gebieder, de Bewindvoerder over
is
Gode over als tusschen
alleen voert over alle creatuur het
Hij
zijn
zoover Hij aan
in
maar daarnaast
Goddelijk regiment. Een
dus
is
dan een Vader, waar
drukte de heerschappij
van Vader, maar van Heere. en
uit-
en het Meere-zijn van Christus, treedt ook hier op
het Moofd-zijn
door
ik
geschapene toekomt, en dezelfde onderscheiding
het
den
1:6: Ben
vraagt Jehovah in Maleachi
het
al
de zoo telkens voorkomende
Ja,
Christus staan.
tot
mijne eere, en ben
is
in
de sterkte zijner macht," dan
Wezen, maar zeer bepaaldelijk op de innige verhouding
het Drieëenig
Nu
in
den Meere, wijst niet op onzen verborgen omgang met
in
:
den Ifeere en
in
343
hem
huldigen.
ze zijn leden, voor zoover
hij
ze zijn dienstknechten. Bestaande voor zijn eer,
geroepen
om
zich zelven en
al
wat het hunne
toe te wijden, in zijn dienst te stellen, en voor
brengen. uit
De
uitdrukking
Moofd der Gemeente,
den Christus aan de Gemeente toekomt en
de uitdrukking Meere daarentegen op
al
datgene, wat
hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's