Onze eeredienst - pagina 101
AMBTSGEWAAD.
97
van deze Oud-testamentische vormen ook onder het Nieuwe Testament, daarmee het pit van het Evangelie dreigde te miskennen, was het natuurlijk, dat men van heel dat ambtsgewaad niets weten wilde, en
en
met veel energie tegen te velde trok. Juist echter door deze oppositie kwam de andere vraag, of het zich gewennen aan het dragen van een passend en voegzaam kleed niet gewenscht ware, destijds niet aan de orde. In de Engelsche Episcopale kerk handhaafde men de hiërarchie, en^ hoofde het ambtelijk gewaad, als privilege van den hieraruit dien chischen stand. En in de Luthersche kerken nam men deels koorrok er
,
voegzaam gewaad, maar om den leerstand, de ecclesia doccns, door het gewaad zelf aan te duiden Alleen van de robe de Calvin zou men kunnen zeggen, dat ze uitsluitend als deftig en voegzaam gewaad in zwang is gekomen, zonder in het minst op standshoogheid te doelen. De behoefte aan een eigen gewaad kwam in de dagen der Reformatie te minder op, overmits destijds de kleeding nog tamelijk constant was. Wat men nu mode noemt, als een nieuw kostuum elk jaar was toen nog ongekend. Een lakensch kleedingstuk droeg men twintig en meer jaren, en liet het dan nog als erfstuk na aan zijn oudsten zoon, of legateerde het in zijn testament. En niet alleen dat de kleedingstukken veel langer gedragen werden, maar ook het kleedingstuk bleef van geslacht op geslacht één van soort en snit. Het kwaad, dat een aldoor wisselende mode ook in de kerk aldoor wisselende kleeding zou doen opduiken, bestond toen nog niet. Thans deels to ga, niet als
.
nu
echter
neiging
het
zou
gevaar
leiden,
van
uit
het
op wat wijs schappij der mode zal gebannen veeleer
Zien
we de geest
de
vraag,
we nu van deze
standsgewaad,
dat
tot
hiërarchische
onze kerken genoegzaam verdwenen uit
is,
rees
de bedehuizen de onrustige heer-
blijven.
af, en onderzoeken op zichzelf, dan moet men eerst beginnen met den maken, en helder te doen inzien, dat mits heerschstands-
historische herinneringen
quaestie
vrij
te
hoogheid en profetisch-symbolische beduidenis uitgesloten blijve, niets ons of de kerk verbiedt om in de vergadering der geloovigen in een eigen passend gewaad te verschijnen, en hieromtrent met elkander overeen te komen. Er zou dan van zulk een gewaad sprake kunnen
zijn,
niet
voorden
predikant alleen, maar voor alle ouderlingen, diakenen, collectanten enz. sterker nog, van zulk een gewaad voor heel de Gemeente, voor mannen en vrouwen, voor kinderen en ouden van dagen.
ja
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's