Onze eeredienst - pagina 70
ONZE PSALMBERIJMING.
66
aangewend,
wordt
slotzang,
er
is
toch
iets
dat
onbevredigd
laat.
de ééne maal aan de indeeling van den Psalm in zijn pauzen en verzen, en de andere maal aan de bij den Psalm gekozen zangwijze. Zangwijze en vers-indeeling hangen natuurlijk saam. Elke zangwijze Dit nu
ligt
bestaat uit een bepaald aantal tonen, in vaste orde ingedeeld
;
en aan
ingedeelde tonen moeten evenredig ingedeelde lettergrepen
aldus
die
Een enkel maal mogen meerdere tonen op één letterPsalm 138, maar zoo het drie tonen op ééne gelijk in Psalm 6, en de twee halve tonen worden wordt,
beantwoorden.
komen,
greep
lettergreep
dan
gelijk in
gezongen,
nog heel
slotte hinderlijk aandoet.
grepen
zoo
ontstaat
er
een gerekt geluid dat ten
Als regel geldt daarom dat tonen en letter-
evenredigheid aan elkaar beantwoorden.
in
er in den regel toe leiden, dat of de dichter zich voegen toonzetter, of de toonzetter naar den dichter. De ééne den moet naar toen gezet. Een ander maal is maal is eerst het lied gezongen, en op de reeds gekozen zangwijs. Il gezongen Nu zijn die zangwijzen onzer Psalmen niet de oud-Hebreeuwsche. Als wij David op zijn harp hoorden tokkelen, of hij kon ons maatgezang in onze kerkgebouwen beluisteren, zou de gevoelsgemeenschap
Dit
al
zal
een zeer geringe zijn. zielsaandoening is de
Het
scheiden,
in
van
elk
lied, die
lang na Davids ver-
eeuwen, zeer onderscheidenlijk gezet, en meest wonderschoone tonentaal is weerge-
onderscheiden
door toonkunstenaars in geven. Kenners onzer aloude muziek b etuigen dan ook onze Psalmmuziek wijzen voor
allerlei
rijk
en diep
is,
en dat hetgeen
men
om
s trijd, dat
late r als^zang-
geestelijke liederen er bij heeft gekunsteld, j njmi-
zikale volheid en ernst niet
bij
onze oude zang wijzen
haalt.
eeuw hebben zich dan ook meestal naar de bestaande zangwijzen geschikt, en dit bond uiteraard hun versindeeling. Soms nu liep dit uitnemend. Als de rijmer
De
berijmers van onze Psalmen in de vorige
aandoening gevoelde bij het indenken en inleven van den Psalm, en bij het inleven in de oude zangwijze, dan werd uit die innerlijke harmonie in zijn ziel vanzelf ook de harmonie tusschen lied en zangwijze geboren. Dat kunstelt de echte dichter niet, dat komt bij hem vanzelf op. Dat is de werking van zijn poëtisch en muzikaal instinct, als we zoo
of zanger eenheid in in
den
inhoud
zeggen mogen.
Maar
al
te dikwijls
echter heeft die innerlijke harmonie ontbroken,
verstond de rijmer de zangwijze elkaar
in.
Het
niet,
en trok lied en wijs dwars tegen
ging dan maar zooals het ging, vers na vers, aldoor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's