Pro rege - pagina 107
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE GELDMACHT.
uw God
heeft
geldmacht heel
te
ons
niet
't
nabijkomende
haar
En
scepter te zwaaien.
God
Hem
Hem
of tegen
komt dan zóó
op het hoogst
werpen, dat
uw
het
dit
nu
nu
uw
uw God?
in het leven,
om
spannen. Immers,
te
Mammon
besliste keuze,
onwankelbaar,
om
vragen en
uw God
in
uw
dat alles terzijde te
doorgronden, en dan op Mij
uw volkomen
vertrouwen
te
stellen
Natuurlijk stond ook het voorgeslacht voor die zelfde
Maar toen was de verzoeking zooveel
keus.
Die macht
betreft.
de vraag van
leidt tot
alles in zijn nietigheid te
uw
eenig,
als
En
kunt. Is
haar heerscht,
in
dat ge dit alles, wat ge begeert, kunt
te staan,
verwachten van de geldmacht; dat ge het van
consciëntie:
en over
op voor ons zoo raadselachtige wijze
zelf
verwerven
te richten
althans zoolang het alleen de vervulling van
macht,
de keuze voor het
aan die
verbloemen, eene aan Gods almachtigheid het meest
de nooden en begeerten des uitwendigen levens riep
om
ondoorgrondelijk bestel behaagd,
zijn
vergunnen hoog haar troon op aarde op
wereldrijk
dit
laat
in
101
geringer, omdat, bij
de Almacht Gods vergeleken, de macht van
Mammon
zoo onbeduidend was. Het geld was
maar het kon zoo weinig.
Nu
daarentegen kan het soms
der
ziel
al 't
uw u
er wel,
alles.
En, mits ge geen dieper nood
kent, voorziet het geld, voorziet
behoeften, in
al
uw begeerten
;
Mammon
en als
in al
in alles
nog het besef van u een ongebruikte, schier
nimmer
uit
te
putten
menschelijke ijdelheid.
macht
over
En daarom
toen zoo klein,
te
juist
uw nooden,
voorzien
overtollige, bijna
houden, en dat is,
gelijk
is,
in
gunt
streelt
uw
nu de worsteling
om ook thans nog dien voor uw God te knielen,
aanging, veel sterker macht des geestes noodig,
Mammon ter aarde te werpen, en alleen Hem alleen lief te hebben, en eeniglijk op Moest dan zoodoende de Koning-dollar gaan
innemen,
hart veroverd
vatting telijke,
staande
die
zijn
almacht
te
in
hoogere aspiratiën. Zijns
tegenover
het
is
zijn
de plaats
het menschelijk
had? Het koningschap van Jezus was en juist in
vertrouwen.
niet in veler hart
eenmaal Koning Jezus zich
van het menschelijk leven in
zijn
is
de saam-
edeler, in zijn gees-
het koninkrijk der hemelen,
koninkrijk der wereld. Alles wat uitwendig,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's