In Jezus ontslapen - pagina 192
;
182 beeldspraak. Is onzer daarentegen behalve ons natuurlijk, ook een dan volgt hieruit rechtstreeks de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid onderstelt altoos een rechter aan wien ge rekenschap schuldig zijt een rekenschap die op niets uitloopt en een schijnvertooning wordt tenzij er goedkeuring of afkeuring van de gegeven rekenschap volgt. Zoo hangt dus aan het al of niet bestaan van een oordeel heel onze hoogere conditie als inensch. Er hangt aan de geheele zedelijke wereldorde. Er hangt aan het recht Gods. Er staat of valt mede de Majesteit des Heeren Heeren, als Die ons te gebieden en dus ook te richten heeft. Zoo diep is dan ook deze onmisbaarheid van het oordeel in ons hart gegrift, dat we zelven rusteloos elkanders doen en laten beoordeelen dat er geen gezin zonder straf ooit opgroeide dat er geen volk zonder vierschaar bekend is en dat we onszelven gedurig oordeelen in de conscientie. En dat ons zelven oordeelen in de conscientie, wat is het anders dan in die conscientie geoordeeld worden door onzen God. Toch is zelfs op aarde dat particuliere en persoonlijke oordeel ons niet genoeg. Zoodra het een lasterwoord of euveldaad van ernstiger aard en publieke bekendheid geldt, worden we niet bevredigd, of dat oordeel moet ook door een die gezag heeft, geveld en in het openbaar verkondigd worden. De zedelijke wereldorde, en de daarvan onafscheidelijke gerechtigheid, zijn geen private liefhebberijen, maar raken allen, raken de publieke conscientie raken de fundamenten der menschelijke samenleving. Als het recht struikelt, dus zingt de psalmist, worden alle fundamenten omgestooten." En als de schuldige vrij uitgaat zoo zegt hij elders, „wankelen de fundamenten der aarde." zedelijk leven,
:
:
,
;
;
,
,
We spreken daarom van een Laatste Oordeel, daarmee zelf betuigende dat er allerlei ander oordeel voorafgaat. Zeker, Jezus heeft gezegd: Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Gij zit niet als op Goddelijk gezag aangesteld rechter. Gij mist het middel, dat de rechter bezit om de schuld te onderzoeken. Stelt ge u dan toch aan, alsof ge rechter waart, zoo vermeet ge u wat u niet toekomt. En ook, omdat die door genade bewaard zult gij een ander in zonde viel werd, niet schijnheilig u boven hem verheffen. Die de harten doorzoekt veroordeelt u misschien scherper dan den man dien gij veroordeelen woudt. Wie met de ootmoedigheid bekleed is, blijft van al zulk hooghartig veroordeelen verre. zyt gij o mensch die anderen oordeelt want g\\ „ Of wie ,
,
,
,
,
.
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's