Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 134

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 134

3 minuten leestijd

122

En zie .... van dit alles merkt niemand iets. Daar heeft het Sanhedrin niet het flauwste gevoel van. Daar denkt Pilatus zelfs van verre niet aan. Dat komt in het hart dier schare niet op. Daar verstaat zelfs een Petrus en een Johannes nog de helft niet van.

Dat weet, dat voelt uw Jezus alteen. Hij op wien de smarte aankomt, en aan wien de zonde zich in haar voleinding vergrijpt. Ja, zoo sterk drukt die schrikkelijke wetenschap op hem alleen, dat ontsluiting van zijn hart zelfs voor de besten van zijn jongeren ondenkbaar is. Ze zijn bot als een duive. Ze hooren zijn woorden, maar verstaan het toch niet. En zoo voegde zich voor Jezus, bij al het ontzettende van zijn lijden, ook nog deze ontzettendheid, dat niemand den gruwel zag, dan hij, en hij alleen, en hij ten volle. En het is die zielesmart die uitging, toen hij biddende tot zijn (xod uitriep „ Vader, ze weten niet ivat ze doen." :

Beduidt nu Jezus' gebed voor die zinneloozen om zijn kruis, hun onwetendheid hen verontschuldigde, en dat Jezus op dien grond bad, of deze zonde hun niet mocht worden toegerekend? Vergete wie zoo oordeelen mocht, toch niet dat we op Grolgotha staan, staan op heilig land, en dat het hem niet voegt die heilige plek te betreden, zoolang hij den schoenriem zijner geestelooze oppervlakkigheid niet heeft ontbonden. Of hoe? Het zou geen zonde zijn, omdat het in hun onwetendheid was gedaan ? En waartoe, zoo het geen zonde ware, dan dat gebed dat

om

vergiffenis

?

dan vergeten wat de Psalmist zong: „Heere, reinig mij ook van de verborgen afdwalingen" ? Vergeten wat Jezus betuigde, dat wie den wil zijns Heeren niet zal geweten, en toch iets kwaads zal gedaan hebben, nochtans met slagen zal geslagen worden? Vergeten ook wat de heilige apostel u toeroept: „Indien ook ons hart ons niet veroordeelt, Grod is meerder dan ons hart, en weet Zijt ge

ai ie

dingen"

?

de tente der wereld met zoo onzinnig oordeel weg, ongeweten zonde c/een zonde zou zijn, maar kom er niet meê in de Tente des Heeren. Blijf met zoo zondig oordeel over de zonde althans af van het één en éénig Grolgotha. Neen, of iets zonde is, het hangt niet aan uw weten, maar eeniglijk daaraan, of liet tegen uw God ingaat, en zij het al dat booze wil en bewustheid de schuld nog verergert, toch is en blijft Schuil

in

alsof

altoos

de

eerste,

de

beheerschende,

de

alle

oordeel uitwijzende

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's